Home -> Platform - Microstation -> Gecontroleerd printen
Print Organizer in MicroStation V8i
Gecontroleerd printen
Door Richard Zethof
Print Organizer is de opvolger van Batch Print en heeft in principe hetzelfde doel. In één printopdracht meerdere tekeningen, of delen ervan, afdrukken op een printer of naar één of meer PDF-bestanden. Conceptueel verschilt de Print Organizer echter flink van de ‘oude’ Batch Print. Reden om eens te kijken welke nieuwe mogelijkheden er nu zijn.
Hoe werkt de Print Organizer?
Door globaal de stappen te doorlopen die nodig zijn om een Print Set aan te maken en die vervolgens te printen, worden de mogelijkheden van de Print Organizer vanzelf duidelijk. Gebruikers die tot nu toe gebruik maakten van Batch Print zullen de verschillen opmerken en hoogstwaarschijnlijk blij zijn met de nieuwe mogelijkheden. De .job-files van Batch Print kunnen overigens worden ingelezen in Print Organizer en als het echt moet is het nog mogelijk om via de ‘Key-in’ "mdl load batchplt" Batch Print op te roepen, al wordt dit niet meer officieel ondersteund door Bentley.

Print Organizer dialoogbox.
Via de menu-optie File>Print Organizer verschijnt een dialoogbox op het scherm met een lege Print Set. Het is uiteraard mogelijk om een bestaande Print Set te openen, maar we gaan nu een nieuwe maken. Via de menu-optie File>Add Files to Set (in de Print Organizer dialoogbox) kunnen tekeningen worden toegevoegd. Dit kan overigens ook door in de Windows Verkenner tekeningen te selecteren en naar de Print Organizer-dialoogbox te slepen.

Toevoegen van tekeningen aan Print Set.

Tablad ‘Main’ van Print Definition-eigenschappen.

Tablad ‘Advanced’ van Print Definition-eigenschappen.

Tablad ‘Fence’ van Print Definition’ -eigenschappen.
Hier wordt het te printen gebied vastgelegd.

Tablad ‘Display’ van Print Definition-eigenschappen.
Hier worden de ‘print display attributes’ ingesteld.
Print Definition
Van iedere tekening, die aan de Print Set wordt toegevoegd, wordt een Print Definition aangemaakt. Een Print Definition is een verzameling van eigenschappen die de weergave van één te printen pagina bepaalt. Dit omvat onder andere de naam van de designfile, naam van het model, printgebied (de grenzen van een view of saved view, een fence of een Sheet definitie), papierformaat, printschaal, pentabel, kleurkeuze, print display attributes en nog veel meer. In grote lijnen komt dit overeen met de instellingen die je kan doen als je een enkele print maakt vanuit MicroStation.
Hoewel je veel instellingen achteraf kan wijzigen, is het wel handig om de eigenschappen van de Print Definition goed in te stellen voordat je een grote hoeveelheid tekeningen toevoegt. Dit kan op een aantal manieren. Je kan bijvoorbeeld één of meer Print Styles aanmaken via de menu-optie Tools>Define Print Styles. Als je deze Print Styles aanmaakt in een dgnlib, zijn zij meteen voor alle gebruikers beschikbaar. Bij het toevoegen van tekeningen aan de Print Set kan vervolgens een ‘Print Style’ gekozen worden. Het is ook mogelijk om bij het toevoegen van tekeningen te kiezen voor ‘Manually Specified Options’.
Zoals eerder gezegd is het mogelijk om instellingen achteraf te wijzigen. Dit kan uiteraard ook weer op verschillende manieren. Als al een ‘Print Style’ aanwezig is, die je wilt gebruiken, kan je één of meer Print Definitions selecteren en kiezen voor de menu-optie Tools>Apply Print Style. Een enkele eigenschap veranderen gaat het snelste door eerst de gewenste Print Definition(s) te selecteren en vervolgens op de te wijzigen eigenschap te dubbelklikken. Zo kan je bijvoorbeeld snel het papierformaat veranderen. Er verschijnt dan een keuzelijst. Wil je meerdere eigenschappen veranderen, selecteer dan de gewenste Print Definition(s), druk op de rechtermuisknop en kies voor ‘Properties’.
Structureren
Binnen een Print Set is het mogelijk om structuur aan te brengen door folders aan te maken waarin Print Definitions opgeslagen kunnen worden. Zo kan bijvoorbeeld onderscheid gemaakt worden tussen verschillende vakdisciplines. In het geval van verschillende vakdisciplines kan het zijn dat de tekeningen met verschillende ‘Workspaces’ zijn aangemaakt. Het is mogelijk om in ‘Print Organizer ‘een ‘Workspace’ te kiezen (zowel op ‘User’- als op projectniveau), zodat de plots correct worden aangemaakt (denk hierbij aan gebruikte lijnstijlen e.d.).
Structureren kan ook door de standaardbenaming van de ‘Plot Definitions’ en ‘Output File Names’ aan te passen. Het handigste is om hierover van tevoren na te denken en instellingen te doen via de menu-opties File>Default Print Definition Name en File>Output File Names. De ‘Output File Names’ worden gebruikt als voor iedere Print Definition een separaat plot- of PDF-bestand gemaakt wordt. Het is mogelijk om deze vlak voor het printen nog aan te passen. De ‘Default Print Definition Name’s worden ook gebruikt als bladwijzer als alles naar één PDF-bestand geprint wordt. Het is dus wel belangrijk om deze goed in te stellen. Achteraf wijzigen gaat iets lastiger. De folderstructuur wordt overigens ook opgenomen in de bladwijzers wanneer alles naar één PDF-bestand geprint wordt.
Bekijken en printen
Voordat daadwerkelijk geprint wordt, kan een preview bekeken worden van één, meerdere, of alle Print Definitions via File>Print Preview. Daarna wordt het eindelijk tijd om op de Print-knop te drukken. Uiteraard kan ook nu nog het één en ander ingesteld worden. Zo kan je een Printerdriver kiezen. Dit zijn gewoon de standaard MicroStation Printerdrivers. Valt de keuze op printer.pltcfg dan kan je vervolgens kiezen welke Windows printer gewenst is.
Het is mogelijk om alle Print Definitions in de Print Set te printen of een selectie. Ook kan het aantal kopieën ingesteld worden (bij Windows printers en de HPGL/2 driver). Bij Submit as kan gekozen worden tussen ‘Single print job’ of ‘Separate print jobs’, waarbij bij de laatste keuze de ‘Output File Names’ weer van belang zijn.
Print Organizer Key-ins
Via ‘Key-ins’ is het mogelijk om de ‘Print Organizer’ te starten, een Print Set te maken, tekeningen toe te voegen, aanpassingen te doen en uiteindelijk de print(s) te maken. ‘Key-ins’ kunnen gebruikt worden in BASIC-macro’s, MDL-applicaties of gewoon in het ‘Key-in window’. Als je een serie ‘Key-ins’ opslaat in een tekstbestand, kunnen deze in één keer gestart worden vanuit het ‘Key-in window’. Sla bijvoorbeeld de onderstaande ‘Key-ins’ op in het tekstbestand c:\plotting\plots.txt
mdl load bentley.microstation.printorganizer.dll
printorganizer new
printorganizer printerdriver pdf.pltcfg
printorganizer add file c:\tekeningen\tekening1.dgn
printorganizer add file c:\tekeningen\tekening2.dgn
printorganizer add file c:\tekeningen\tekening3.dgn
printorganizer submitas single
printorganizer print all
printorganizer exit
Vervolgens toets je in het ‘Key-in window’ het volgende in: @c:\plotting\plots.txt.
Bij regelmatig gebruik van de ‘Print Organizer’ kunnen ‘Key-ins’ het werk vereenvoudigen en versnellen.

Bekijk een preview van één, meerdere, of alle Print Definitions.
Misschien lijkt het een ingewikkeld verhaal, maar niets is minder waar, als je een beetje vertrouwd bent geraakt met de ‘Print Organizer’, dan zul je zien dat er nog veel meer mogelijk is. Een zeer nuttige toevoeging in MicroStation dus. Meer informatie kan je vinden bij de Help-functie in het hoofdstuk ‘Working With Complete Designs’.
Richard Zethof is freelance redacteur voor CAD-Magazine. Voor vragen of opmerkingen is de auteur bereikbaar via richard@cad2reality.nl. Voor verdere informatie over het onderwerp van dit artikel zie: www.bentley.com/nl-nl/
.












