AutoCAD 2011 Deel 3
Werken met transparantie
Door Jean-Pierre van Gastel
In dit derde deel over de nieuwe mogelijkheden in AutoCAD 2011 komt er een aantal zaken aan de orde, waar elke AutoCAD-tekenaar eigenlijk al jaren op zit te wachten. De meest gehoorde vraag van met name architecten, was toch wel om met transparante objecten te kunnen werken in AutoCAD. En jawel AutoCAD 2011 biedt dan uiteindelijk volop mogelijkheden tot het werken met transparantie.
| De in dit artikel genoemde eigenschappen en mogelijkheden voor AutoCAD 2011 gelden ook voor AutoCAD LT 2011. |
 Afbeelding 1. |
 Afbeelding 2. |
Transparantie in AutoCAD 2011 is een nieuwe eigenschap geworden waarmee het mogelijk is om objecten en lagen transparant te maken, op exact dezelfde wijze zoals de gebruiker een kleur, lijntype en lijndikte kan instellen. Transparantie kan in AutoCAD 2011 ingesteld worden op basis van een laag, een block, of individueel per object. De standaard transparantie voor een laag heeft de waarde ‘0' (niet-transparant) en kan maximaal de waarde ‘90' bedragen. Geen 100 procent transparantie dus, waardoor het natuurlijk snel onduidelijk zou kunnen worden of lagen bijvoorbeeld transparant zijn of echt uit staan. Zowel de ‘Layer Properties Manager' (‘palette' en dialoogvenster), de ‘Layer States Manager', het ‘Layer Filter'-dialoogvenster en de ‘Layer Translator' zijn voorzien van de nieuwe transparantie-eigenschap. In de ‘Layer Properties Manager' is er een nieuwe kolom beschikbaar voor ‘modelspace' alsook lay-outs. Daarnaast bestaat er een extra nieuwe kolom om de transparantie per viewport in te stellen in een desbetreffende lay-out, zie afbeelding 1.
Deze nieuwe mogelijkheid biedt hiermee een ongekend aantal unieke combinaties om een tekening op te zetten. Transparantie instellen voor individuele objecten gaat volgens hetzelfde principe als het instellen van een kleur of lijntype. Dus het instellen van transparantie op objectniveau overschrijft de transparantie van de laag waarin het object zich bevindt. Het instellen van de transparantie op een object kan via het ‘Properties Palette', de ‘Quick Properties' of de ribbon. De nieuwe systeemvariabele cetransparency stelt de transparantie voor nieuwe objecten.
 Afbeelding 3. |
Uiteraard is ook het ‘SetByLayer'-dialoogvenster aangepast en bevat de nieuwe transparantie-eigenschap, zie afbeelding 2. De eigenschap transparantie is ook toegevoegd aan het Quick Select, Filter, Match Property Settings dialoogvenster en aan de chprop, change, -layer, vplayer en List-commando's. Een nieuw knopje in de statusbalk genaamd Transparency (transparencydiplay-systeemvariabele) maakt het mogelijk om alle gemaakte transparantie-instellingen tijdelijk uit te zetten vergelijkbaar met de ‘Lineweight'-weergave knop. Het tijdelijk uitzetten van de transparantie beïnvloedt overigens niet de afdrukinstellingen. Om de transparantie ook voor het afdrukken uit te zetten dient de gebruiker dit apart in te stellen via het ‘Plot'- of ‘Page Setup'-dialoogvenster of door de plottransparency-systeemvariabele te gebruiken. Wanneer de transparantie wordt afgedrukt wordt de gehele tekening omgezet naar een raster, waardoor het printen wel vertraagd wordt, zie afbeelding 3. Om ‘Raster Images', die ook de eigenschap transparantie hebben, niet in verwarring te brengen met de nieuwe transparantiemogelijkheden, is deze eigenschap hernoemd naar een zogenaamde ‘Background Transparency'. Beide eigenschappen kunnen overigens prima gecombineerd worden op een rasterbestand dat geladen is in AutoCAD 2011.
 Afbeelding 4. |
Hatch Ribbon
Bijna in elke AutoCAD versie wordt er aandacht besteed aan nieuwe mogelijkheden op het gebied van arceren. De arcering in AutoCAD 2011 is gestroomlijnd, waardoor het plaatsen of wijzigen van arceringen absoluut sneller verloopt. Zodra het commando om te kunnen arceren gestart wordt, komt er niet meer een vervelend dialoogvenster tevoorschijn, maar kan de gebruiker direct de te arceren gebieden gaan aanwijzen. Voordat de gebruiker daadwerkelijk een selectie maakt van een te arceren gebied, wordt de arcering direct zichtbaar met de actieve instellingen die hij kan maken in de nieuwe ‘Hatch Creation'-tab in de ribbon, zie afbeelding 4. Hierdoor is het juist instellen van een arcering een heel stuk sneller geworden.
Zodra de gebruiker een bestaande arcering selecteert in een tekening, komt de ‘Hatch Editor' opnieuw tevoorschijn in de ribbon. Bij het daadwerkelijk selecteren van een te arceren gebied, lijkt het of de arcering al gemaakt is maar dat is niet het geval. Dit moet uiteindelijk nog bevestigd worden.
AutoCAD 2011 biedt veel meer mogelijkheden met betrekking tot grips. Dit wordt direct zichtbaar als de gebruiker een bestaande arcering in een tekening selecteert, door middel van de weergave van een nieuwe ‘center grip' in de arcering. Met behulp van deze ‘center grip' is het mogelijk om een arcering direct te manipuleren. Zo kan de gebruiker de arcering hiermee razendsnel verschalen, de hoek aanpassen, stretchen of de oorsprong van de arcering aanpassen, zie afbeelding 5. Dit kan zowel door middel van het verplaatsen van de muis als direct door een nieuwe waarde in te typen. Al deze opties komen automatisch tevoorschijn zodra de gebruiker met behulp van de muis op de grip gaat staan, of door de grip te selecteren en vervolgens met behulp van de ctrl-toets door de mogelijkheden heen te lopen.
 Afbeelding 5. |
Arceringen in AutoCAD 2011 bieden ook een mogelijkheid tot het opnemen van een achtergrondkleur in een arcering. Hierdoor ontstaat het effect alsof een arcering is opgebouwd uit meerdere lagen, zie afbeelding 6. De nieuwe Hatch Ribbon bevat tevens een nieuwe mogelijkheid om direct een laag in te stellen voordat er werkelijk een arcering geplaatst is. Hierbij is er een keuze te maken uit de huidige laag of een al bestaande laag in de desbetreffende tekening. Om arceringen snel naar de achtergrond te kunnen verplaatsen is het nieuwe hatchtoback-commando opgenomen in de ‘Modify Panel in Home'-tab van de ribbon. Dit was één van de vele punten op de zogenaamde AUGI-wensenlijst.
Om de arceermogelijkheden in AutoCAD 2011 nog verder te verfijnen, is er een nieuwe systeemvariabele beschikbaar met de naam mirrhatch, die ervoor zorgt dat een arcering na het spiegelen al dan niet de oorspronkelijke oriëntatie behoudt vergelijkbaar met de mirrtext-systeemvariabele. Door deze nieuwe systeemvariabele op de waarde ‘0' te zetten, behoudt een gespiegelde arcering automatisch de oorspronkelijk oriëntatie. Dankzij de steeds verder ontwikkelde hardware is de ‘Hatch Object Limit'-systeemvariabele verhoogd van 1000 naar 10000 om mee te kunnen met moderne computers. Dankzij de ontwikkelingen aan de hardwarekant zal een tekening niet snel meer vertraagd worden door een groot aantal arceringen, wat in het verleden wel absoluut het geval was. Concreet is dit weer een groot aantal verbeteringen, waar de gemiddelde AutoCAD 2011 tekenaar echt wat aan heeft.
 Afbeelding 6. |
In het volgende artikel komen er uiteraard nog veel meer handige productiviteittools aan de orde.
Jean-Pierre van Gastel jean-pierre.van.gastel@pollux.nl is freelance redacteur voor CAD-Magazine. Voor dit onderwerp zie ook: www.autodesk.nl.