Home -> Online artikelen -> Live Sections en meer 'Part'-modelleerfuncties

04-03-2010

Solid Edge Tips & Tricks
Live Sections en meer 'Part'-modelleerfuncties

Door Jaap Dubbelaar

Geheel nieuw in de meest recente versie van Solid Edge zijn de zogenaamde ‘Live Sections' waarmee, via een doorsnede, de vorm van een model kan worden gewijzigd. Het is een onderdeel van Synchronous Technology en kan dus ook direct worden toegepast op modellen uit andere CAD-systemen. Verder in dit artikel uitleg over een aantal uitbreidingen in de ‘Part'-modelleerfuncties.

Live Sections’ in een plaatwerkonderdeel voor het aanpassen van een model via doorsneden.

Iedere werktuigbouwer weet dat een doorsnede op een tekening veel extra informatie kan geven over de vorm en de afmetingen van een onderdeel of constructie. Zeker in geval de geometrie wat complexer is, of verborgen details heeft wordt gekozen voor een doorsnede-aanzicht.
De nieuwe ‘Live Section'-functie geeft de gebruiker de mogelijkheid op meerdere plaatsen in het 3D-model een doorsnede te definiëren die continu ‘up-to-date' blijft met wijzigingen van het model en dus inzicht geeft in de geometrie te plekke. Een belangrijke extra functionaliteit is het kunnen aanpassen van het model via deze ‘sections'. Dat kan door eenvoudig de lijnstukken te selecteren waarna deze via het ‘Steering Wheel' kunnen worden verplaatst of gedraaid. Een andere mogelijkheid is het plaatsen van ‘PMI'-maten die na aanpassing van de getalwaarden de doorsnede en vervolgens het model wijzigen. Op deze wijze met doorsneden werken, bewijst weer de kracht van ‘Synchronous Technology'. Het model is ‘history-free' en zonder te hoeven weten hoe het is opgebouwd, is dit te modificeren. Er bestaan geen ‘Parent - Child'-relaties. De doorsnede is afgeleid van het model en is vervolgens weer in staat het model te wijzigen.

Doorsnede definiëren
Het aanbrengen van een ‘Live Section' gaat eenvoudig via het betreffende commando op de ‘Home ribbon' van een ‘Synchronous Part'- of ‘Synchronous Sheet Metal'-bestand. De gebruiker selecteert hierna een ‘Reference Plane' of een vlak van het model dat evenwijdig ligt met het gewenste doorsnijdingsvlak. Direct na selectie verschijnt het ‘Steering Wheel', waarmee de ‘section' naar de juiste diepte wordt verplaatst. De doorsnede wordt direct zichtbaar gemaakt en past zich ‘live' aan tijdens het dynamisch verschuiven. Na plaatsing van de doorsnede, kan deze zoals beschreven gebruikt worden voor het wijzigen van het model. Indien gewenst kan een ‘section' altijd verplaatst worden door deze te selecteren en het ‘Steering Wheel' te gebruiken.
Alle ‘Live Sections' komen in een apart gedeelte van de ‘Feature Pathfinder' terecht, waar ze via selectievinkjes kunnen worden aan en uit gezet. Via het rechtermuisknopmenu is onder ‘Hide' de optie ‘All Design Body' beschikbaar waarmee het model desgewenst kan worden uitgeschakeld, zodat alleen de doorsneden in beeld blijven. De kleurinstellingen en de mate van transparantheid van de ‘sections', zijn te regelen via het ‘Solid Edge Options'-formulier.

Sketch driven Procedural Features' - Na selectie van
de ‘feature’ verschijnen de sturende parameters en
tekstlabels om de ‘Profile’-schetsen te kunnen
aanpassen.

Plaatwerk en Samenstellingen
Ook in nieuwe ‘Synchronous' plaatwerkomgeving is de ‘Live Section'-functie te gebruiken. De definitie en het gebruik van de doorsneden binnen ‘Sheet Metal' is vergelijkbaar met ‘Part'. Een belangrijk verschil is dat bij alle modelaanpassingen automatisch rekening wordt gehouden met de plaatdikte. Verplaatst één zijde van de plaat, dan volgt de andere zijde vanzelf zodat de plaatdikte constant blijft.
Binnen een samenstelling van onderdelen die ‘Live Sections' bevatten, kunnen de onderdelen direct via deze doorsneden worden aangepast. Via ‘Show/ Hide Component-Live Sections' zijn deze per onderdeel aan of uit te zetten. Bij het wijzigen van de doorsneden kan de geometrie van omliggende onderdelen gebruikt worden om zaken op elkaar uit te lijnen door te ‘snappen' naar lijnen en punten.

Procedural Features
Sinds de nieuwste Solid Edge kent de applicatie zogenaamde ‘Sketch driven Procedural Features'. Het begrip ‘Procedural Features' is niet nieuw. Dit zijn vormfuncties binnen ‘Synchronous Technology' die op basis van een aantal parameters en instellingen worden aangestuurd en na plaatsing hierdoor zijn te wijzigen. Voorbeelden zijn een ‘Hole', ‘Thin Wall', ‘Draft' en een ‘Pattern'.
Nu komt daar dus een eigenschap bij: ‘Sketch drive'. Een voorbeeld daarvan is de ‘Helix', zowel de ‘Protrusion'- als de ‘Cutout'-uitvoering. De schetsen voor de hartlijn en de doorsnede, waarmee deze wordt opgebouwd, worden opgeslagen in de feature waardoor deze bij eventuele latere wijzigingen kan worden aangepast. Deze schetsen verdwijnen dus niet in de ‘Used Sketches'-map binnen de ‘Feature pathfinder' zoals we bij normale features gewend zijn.
Het wijzigen van zo'n ‘Sketch driven Procedural Feature' gaat als volgt. Selecteer de vorm in het model of binnen de ‘Feature tree'. Vervolgens zal een tekstlabel met de naam van de feature oplichten die geselecteerd moet worden. Nu worden de meest gebruikte parameters in een invoerformulier aangeboden om deze te kunnen wijzigen. Bij een ‘Helix' bijvoorbeeld het aantal omwentelingen. Tegelijkertijd wordt een tekstlabel met ‘Edit Profile' weergegeven in de buurt van de schets(en). Door hier op te klikken, opent de schets en kan deze gewijzigd worden. Via de groene ‘Accept'-knop wordt het schetsen afgesloten en zal de ‘Helix' updaten. Naast de ‘Helix' is een groot aantal plaatwerkfuncties als ‘Sketch driven‘ uitgevoerd zoals de ‘Dimple', de ‘Drawn Cutout' en de ‘Bead'.

Afrondingen
Een andere nieuwe mogelijkheid binnen de ‘Part'-omgeving is het kunnen wijzigen van de volgorde van afrondingen op plaatsen waar deze samen komen. Omdat een ‘Synchronous' part ‘history-free' is en dus geen vaste featurevolgorde kent, beschikt Solid Edge nu over een ‘Reorder Blends'-commando, waarmee ter plaatse van de samenkomende afrondingen de volgorde wordt omgedraaid. Hierdoor verandert de ‘blend patch' van vorm.


Met de functie ‘Reorder Blends’ wordt de volgorde van bij elkaar komende afrondingen omgedraaid.

 

Bij het verplaatsen van een vlak (L) kan gekozen worden voor 'Select Set Priority' (M) of 'Model Priority' (R).

Priority
Twee nieuwe begrippen bij het wijzigen van geometrie zijn ‘Select Set Priority' en ‘Model Priority'. Dit zijn twee nieuwe opties die beschikbaar zijn via de ‘QuickBar' tijdens het verplaatsen of roteren van geometrie. ‘Select Set Priority' betekent dat hierbij de geselecteerde en dus verplaatsende vlakken overwicht hebben op de overige geometrie. ‘Model Priority' is het tegenovergestelde en geeft dus voorrang aan de modelgeometrie. De verplaatste vlakken worden dus gedwongen, op plekken waar ze het model kruisen, hiervan de vorm over te nemen. In bijgaande illustratie zijn de resultaatverschillen duidelijk te zien.

Jaap Dubbelaar is freelance redacteur voor CADMagazine. Aanvullende informatie over Solid Edge is te vinden op www.solidedge.com en www.solidedge.nl . Eventuele vragen of opmerkingen zijn welkom via: mailto:solidedge.benelux.plm@siemens.com..