Home -> Mechanical - SolidWorks -> Kies de juiste configuratie

27-05-2010

Configuration publisher voor het gemak
Kies de juiste configuratie


Door Renso Kuster

Indien u veelvuldig gebruik maakt van configuraties in SolidWorks, dan zult u het gebruik van de configuration publisher zien als een welkome aanvulling op de bestaande functionaliteit. Hiermee maakt u het kiezen van een uiteindelijke configuratie vele malen makkelijker dan voorheen. U kunt nu kiezen aan de hand van parameters in plaats van de configuratienaam. Ook is het niet nodig om van te voren alle configuraties reeds te definiëren.

De configuraties zijn één van de veel gebruikte en zeer gewaarde functies in SolidWorks. Hiermee is het mogelijk meerdere uitvoeringen van een onderdeel, dan wel samenstelling, te maken zonder elke keer het geheel op te moeten bouwen. Simpelweg door het variëren van maten en onderdelen, kan elke keer weer een uniek onderdeel worden gemaakt. Deze configuraties worden meestal gestuurd vanuit SolidWorks of MS Excel. Er is echter nog een derde methode en dat is de configuration Publisher. Die maakt het mogelijk om wanneer een gebruiker het onderdeel gebruikt, hij makkelijk kan kiezen voor de gewenste configuratie.


Real life voorbeeld van het gebruik van de configuration manager.

Interface
Indien de gebruiker een configuratie aanmaakt via SolidWorks of Excel dan zal hij deze een configuratienaam mee moeten geven. Dit is dan ook hetgeen waarop hij zijn selectie maakt, zodra hij het onderdeel in een samenstelling wilt plaatsen. Veelal wordt dan ook het artikelnummer gebruikt als configuratienaam zodat het uniek is en stuklijsttechnisch klopt. Echter de gebruiker wil als engineer vaak selecties doen op basis van parameters. Hij zoekt een motor met een specifiek vermogen en mogelijk inbouwmaat dan volgt daar uiteindelijk een artikelnummer uit. Om dit proces van zoeken op artikelnummer om te draaien naar het zoeken op parameter, kunnen we gebruik maken van de configuration publisher. Zodra de gebruiker een onderdeel dat over configuraties beschikt in een samenstelling plaatst, zal er een interface in de ‘property manager' komen, waarin hij kan kiezen op parameters en zodra gekozen, zal dit deel in de samenstelling worden geplaatst. Deze interface kan de gebruiker volledig zelf inrichten met de parameters die voor hem relevant zijn.


Gebruikersinterface bij het plaatsen van een component.

Opzetten configuration publisher
Om een configuration publisher te kunnen definiëren, zal het model een ‘design table' moeten bevatten met één of meer configuraties. In de ‘design table' zullen de maten en opties die variabel zijn al moeten staan, zoals een normale ‘design table' wordt gebouwd. Niet alle beoogde configuraties hoeven echter al te worden gemaakt, één is al voldoende. Indien het model maar over een configuratie beschikt, zal de gebruiker naast de interface ook gelijk de regels van de configuratie definiëren. Bij al bestaande configuraties maakt de gebruiker alleen een interface voor het makkelijk kiezen aan.
Voor dit voorbeeld houden we aan dat er maar één configuratie reeds aanwezig is, zodat we ook de regels aan moeten maken. We beginnen met een rechthoekig blok, waarvan het ‘center' op het ‘origin' ligt. Vervolgens maken we een gat dat uitgelijnd is op hetzelfde ‘origin'. Het model moet natuurlijk zijn voorzien van voldoende maten, zodat het geheel volledig bepaald is.
We maken een ‘design table' aan, waarin alleen de default-configuratie wordt opgenomen. We nemen de drie maten van het blok hierin op en de status van het gat. Vervolgens klikken we met de rechtermuisknop in het configuratie-tabblad op de naam van het part en kiezen voor ‘configuration publisher'.
De interface voor het maken van een ‘configuration publisher' opent zich als een apart scherm. Dit is opgedeeld in drie delen, links de opties die te plaatsen zijn, midden een overzicht van de gemaakte interface en rechts de eigenschappen van de geselecteerde ‘controls'. Om de interface te maken, slepen we vanuit het linker gedeelte als eerste een zogenaamde ‘list box' in de interface. Bij de eigenschappen kunnen we nu bij ‘name' een logische naam opgeven, we kiezen nu voor ‘breedte'. En in het veld ‘design table variable' kiezen we de maat die de breedte aanstuurt. Bij type kiezen we voor ‘list' en vullen de verschillende maten in, waaraan de breedte kan voldoen. In dit geval 100, 200, 300 en 400.
Als tweede voegen we een ‘number box' toe en geven we de naam ‘hoogte' op en kiezen bij de variabele voor de maat die de hoogte aanstuurt. Omdat de te kiezen varianten in hoogte afhankelijk zijn van de gekozen breedte, zullen we een afhankelijkheid tussen deze twee definiëren in het ‘data parent' veld. We zien vervolgens een grid verschijnen waarin alle breedtes zijn genoemd met een aantal invulvelden erachter. Per breedte variant kan worden opgegeven wat de minimale en maximale waarde is en de stapgrootte. Als derde voegen we de diepte toe weer als een ‘listbox' maar deze keer maken we de diepte ook afhankelijk van de breedte en vullen we de waarden in zoals in de afbeelding.
Het enige wat we nog moeten doen is het controleren van de status van het gat, is het er wel of niet. Dit doen we door middel van een checkbox. We gaan het zo regelen dat bij specifieke maten de optie ‘aan' of ‘uit' staat, maar ook te wijzigen is en dat bij sommige varianten het gat weg is maar de optie om dit te wijzigen ook afwezig is. Als eerste koppelen we de status van het gat-feature aan de checkbox en vervolgens leggen we een link naar de ‘breedte'. Met deze link controleren we dat bij de breedte van 100 en 200 het gat ‘aan' staat en bij 300 en 400 ‘uit'. Als extra leggen we bij de ‘control visibility' een link naar de breedte en zetten het vinkje ‘uit' bij de maten 200 en 300. Hierdoor is er geen mogelijkheid voor de gebruiker om de status van het gat te wijzigen wanneer deze optie variant wordt.
Middels het tabblad ‘SolidWorks Preview' is het mogelijk om de interface snel te testen voordat de gebruiker deze in productie in gaat zetten.


Interface configuration Publisher.

Kiezen in een samenstelling
Nu de configuration publisher in het part zit, gaan we het part in een samenstelling plaatsen. Zodra deze geplaatst is, zal direct in de ‘property manager' de interface van de configuration publisher naar boven komen. De gebruiker ziet dat hij hier waarden in kan vullen of kiezen en dat er een check wordt uitgevoerd of de waarden wel in de opgegeven reeks vallen. Zodra hij de juiste versie heeft geconfigureerd klikt hij op ‘ok' en zal deze zich aanpassen bij zijn waarden.

3DContent central
Een ander groot voordeel is dat de gebruiker in de interface direct kan kiezen om zijn varianten te uploaden naar de online SolidWorks-bibliotheek ‘3D Content Central'. Dit geeft de gebruiker een makkelijke en snelle manier om deze bibliotheek te vullen en dus zijn modellen met de rest van de SolidWorks-gebruikers waar ook te wereld te delen.

Renso Kuster renso@cadmes.nl is freelance redacteur voor CAD-Magazine. Voor meer gegevens over dit onderwerp zie: www.solidworks.nl.





ProDesk
CADkoop
Stabiplan
CAD&Company