Home -> Editors Desk -> Van Traditional naar Synchronous
Solid Edge Tips & Tricks
Van Traditional naar Synchronous
Door Jaap Dubbelaar
Om de nieuwe ‘Synchronous Technology’ te kunnen toepassen op bestaande, traditionele ontwerpen dienen deze omgezet te worden naar de ‘history-free’-techniek. Daarnaast wordt in dit artikel een overzicht gegeven van de ‘ST’ samenstellingomgeving, ‘template files’ en de nieuwe ‘Help’-functies.

Het stretchen van een samenstelling waarbij met ‘Active’ en ‘In-active’ geregeld kan worden of onderdelen zelf aanpassen of
alleen meeschuiven naar een andere positie.
Voor zowel ‘Part’- als ‘Assembly’-files kent Solid Edge sinds de nieuwste versie twee uitvoeringen: een ‘Traditional’- en een ‘Synchronous’-type. Voor nieuwe bestanden maakt de gebruiker de keuze door het selecteren van de juiste ‘template file’. Zo is de template ‘Iso Part.par’ het startpunt voor een traditioneel onderdeel, dus werkend met een ‘history-based’ featureopbouw, en dient met de template ‘Sync Iso Part.par’ begonnen te worden voor een ‘Synchronous’ model. Deze laatste geeft de mogelijkheid om het model geheel ‘history-free’ op te bouwen. Voor samenstellingen zijn templates met vergelijkbare namen beschikbaar. Alle overige bestandstypes: ‘Draft’, ‘Sheetmetal’ en ‘Weldment’ bestaan in deze Solid Edge-versie alleen nog traditionele uitvoeringen. Het kunnen kiezen van de verschillende templates is afhankelijk van het gekozen ‘User Profile’ binnen de Solid Edge-opties. In het veld ‘User type’ wordt ingesteld of de gebruiker ‘Traditional only’, ‘Synchronous only’ of ‘Traditional and Synchronous’ wil werken. van deze keuze worden de betreffende templates zichtbaar bij het ‘File New’-commando en op het startscherm onder ‘Create’. Voor alle duidelijkheid zijn de namen van de standaard templates gewijzigd naar namen die aangeven welk type template het betreft. Dit ter vervanging van namen als ‘Normal.par’ en ‘Normal.asm’.

In het ‘User Profile’ wordt ingesteld welke typen ‘templates’ gebruikt kunnen worden voor het aanmaken van nieuwe bestanden.
Alleen ‘Traditional’, alleen ‘Synchronous’ of beide.
Convert
‘Traditional’-bestanden kunnen worden omgezet naar ‘Synchronous’. Dit wordt gedaan middels de ‘Convert’-functie binnen het applicatiemenu. Bestanden kunnen afzonderlijk worden verwerkt, maar ook een complete samenstelling met alle onderdelen en subsamenstellingen. Tijdens de conversie wordt de ‘history-based feature’ opbouw omgezet naar ‘history-free fase sets’. Hierna kan het model geheel volgens de nieuw ‘Synchronous’-methoden worden bewerkt. Een omzetting is permanent en in één richting: van ‘Traditional’ naar ‘Synchronous’. Na het selecteren van de bestanden geeft de ‘converter’ aan of de bestanden omgezet kunnen worden. Indien er bijvoorbeeld ‘sheetmetal’ of ‘synchronous’ onderdelen in de samenstelling zitten, wordt gewaarschuwd dat deze niet zullen worden verwerkt. Tevens wordt de gebruiker gewaarschuwd voor eventuele associatieve links tussen onderdelen en speciale situaties als ‘Family of parts’ of ‘Family of assemblies’. Via de ‘Process’-knop wordt het converteren vervolgens gestart. Met de ‘Report’-knop kunnen de op- en aanmerkingen van de ‘converter’ voor documentatie worden weggeschreven in een tekstfile.

De ‘Traditional to Synchronous Converter’ voor het omzetten van modellen en complete samenstellingen
naar de ‘Synchronous history-free technology’.
![]() De ‘Help Index’ geeft een compleet overzicht van alle ‘Help’-functies, on-line trainingen en verwijzingen naar supportpagina’s. |
Samenstellingen
In een samenstelling kan een mix worden gebruikt van ‘traditional’ en ‘synchronous’ onderdelen en sub-samenstellingen. Voor het in de context van de samenstelling kunnen werken aan een onderdeel dient de samenstelling wel van het gelijke type te zijn als het onderdeel. Dus een ‘synchronous’ part binnen een ‘synchronous’ assembly of een ‘traditional’ part binnen een ‘traditional’ assembly. Een groot voordeel van een ‘ST’ assembly is de mogelijkheid om een samenstelling te ‘stretchen’. Dit lijkt op de oude 2D-tekenfunctie om bijvoorbeeld een hele machine een stuk te verlengen. Nu binnen Solid Edge worden echter de 3D-modellen opgerekt of zonodig verplaatst. Dit werkt als volgt:
Uitgaande van een samenstelling die via de normale ‘Mate’- en ‘Allign’-relaties is opgebouwd, wordt de ‘Selection priority’ van de assembly op ‘Faces’ gezet. Hierdoor worden bij het selecteren vlakken in plaats van complete onderdelen gevonden. Vervolgens worden alle te verplaatsen vlakken van de verschillende onderdelen geselecteerd via ‘Ctrl-select’ of via een ‘Fence Select’ waarna deze oplichten en het bekende ‘Steering Wheel’ verschijnt. Zoals eerder besproken in deze serie artikelen over ‘Synchronous Technology’, wordt dit ‘Steering Wheel’ gebruikt om vlakken te verplaatsen of te roteren. Net als bij het aanpassen van enkelvoudige onderdelen werken de ‘Live Rules’ op de achtergrond, om automatisch modelwijzigingen door te voeren die door het systeem worden herkend op basis van geometrische eigenschappen zoals concentriciteit, symmetrie of vlakken die op gelijke hoogte liggen. Indien complete onderdelen binnen de ‘Fence Select’ vallen, kunnen deze beter worden gedeselecteerd of van te voren ‘in-active’ gezet worden. Verplaatsen van alle vlakken van zo’n onderdeel is meestal niet wenselijk en ook vaak niet nodig omdat de samenstellingsrelaties er voor zullen zorgen dat het onderdeel meeschuift met de gerelateerde ‘parts’.
Tijdens het verplaatsen of roteren van vlakken kan ‘gesnaped’ worden naar de geometrie van omliggende onderdelen. Delen ‘even lang’ of ‘even dik’ maken zijn zo een eenvoudige handelingen binnen de samenstelling geworden.
![]() Binnen de vernieuwde ‘Pathfinder’ kunnen onderdelen ‘checkbox’ aan en uit worden gezet. Bij een ‘In Place Activate’ blijft de samenstellingstructuur zichtbaar. |
Assembly Pathfinder
Andere vernieuwingen in de samenstellingsomgeving van de nieuwste Solid Edge zijn de ‘show/hide checkboxes’ voor de onderdelen in de ‘pathfinder’. Met de vinkjes wordt de weergave van de betreffende delen gestuurd. Ook wanneer via ‘In Place Activate’ (IPA) binnen de context van een samenstelling aan een onderdeel gewerkt wordt kunnen hiermee nu onderdelen ‘aan’ en ‘uit’ gezet worden. In vergelijking tot voorgaande versies van Solid Edge scheelt dit veel heen en weer schakelen tussen bestanden. Ook zal tijdens het IPA werken de ‘feature tree’ van het actieve onderdeel zichtbaar zijn binnen de ‘assembly pathfinder’.
Helpers
De nieuwste Solid Edge is uitgevoerd met een groot aantal ‘Help’-functies. Om te beginnen zijn er ‘Tutorials’ toegevoegd aan de bestaande serie die via het startscherm gekozen kunnen worden. Een compleet nieuwe hulpfunctie is de ‘Command Finder’ rechtsonder in het scherm. Deze is vooral handig voor de beginnende gebruiker die nog niet snel genoeg een commando weet te vinden. Door een term in te typen die lijkt op de gewenste functie, komt Solid Edge met een lijst met commando’s die hier mee overeen komen. Tevens knippert de commandoknop op de ‘command ribbon’ zodat deze in het vervolg direct gebruikt kan worden. Via de ‘Help Index’-knop, rechtsboven in het scherm, wordt een overzicht gegeven van alle online Helpbestanden zoals ‘Synchronous Help’, ‘Traditional Modelling Help’ en ‘Help for AutoCAD Users’. Nieuw in deze lijst is de ‘Solid Edge SelfPaced Training’. Dit is een beknopte training over de belangrijkste onderwerpen zoals het modelleren van een part, samenstellingen bouwen en tekeningen genereren.
Jaap Dubbelaar is freelance redacteur voor CAD-Magazine. Voor dit onderwerp zie ook: www.solidedge.com en www.solidedge.nl.
Eventuele vragen of opmerkingen zijn welkom via solidedge.benelux.plm@siemens.com.














