Home -> Editors Desk -> Sketch-weetjes
Inventor 2010
Sketch-weetjes
Door Rob Sman
Het steeds uitbreiden van de mogelijkheden in softwarepakketten als Inventor brengt onvermijdelijk met zich mee dat er na verloop van tijd op een bepaald terrein weer genoeg te bespreken is. In deze serie wordt dit het derde artikel betreffende sketchfunctionaliteit. Het vorige artikel betrof Inventor 2008. Hieronder vindt u een aantal nieuwigheden besproken en een aantal tips&tricks die wellicht ouder zijn maar toch nog al eens aan ontdekking ontsnappen.

Het hier paars getoonde lijnstuk kan in een keer
worden ‘weggetrimd' als de rode lijnen als grens
worden geselecteerd.
De term ‘Object Tracking' komt natuurlijk helemaal niet uit Inventor, maar uit AutoCAD. De verleiding wordt met de komst van een aantal AutoCAD-achtige functies en begrippen in Inventor, zoals ‘Layers' en ‘Blocks', wel groot om ook AutoCAD-terminologie voor andere functies te gebruiken. Overigens is het met de komst van parametrisch tekenen in AutoCAD 2010 best denkbaar dat er hele grote overeenkomsten gaan ontstaan tussen beide pakketten. Wellicht streeft Autodesk er naar de sketchomgeving een onderdeel te maken van een uniforme gebruikersinterface? Hoe dan ook, ‘Object Tracking' heet in Inventor ‘Point Alignment'.
De optie om er wel of niet gebruik van de maken is met ingang van Inventor 2009 te vinden in de ‘Application Options' op het tabblad sketch. Indien niet actief, gedraagt het sketchen zich zoals we dat al heel lang gewend zijn: bij het tekenen van een profiel is het mogelijk de x- of de y-ordinaat van een eerder vastgelegd punt te hergebruiken. Automatisch worden vanuit de eerdere punten stippellijnen getrokken, die aangeven dat de huidige positie zich op gelijke hoogte of breedte bevindt. Hierbij kan ook van meer referentiepunten tegelijk gebruik worden gemaakt. Dat gebeurt overigens alleen ten opzichte van eindpunten van lijnen en bogen. Bovendien wordt slecht een beperkt aantal punten ‘onthouden', waaronder nooit het beginpunt van de eerste lijn in de serie.
Voor het kunnen tracken van punten die niet automatisch worden gebruikt, kan de betreffende locatie even met de muiscursor worden ‘aangewreven'. Op die manier kunnen ook centers en middens worden benaderd. Wanneer ‘Point Aligment' wordt ingeschakeld, wordt automatisch uitlijnen met alle eerder ingegeven punten mogelijk, alsmede met alle centers en middens. Let op: het tekenen met behulp van ‘Point Alignment' brengt geen constraints aan. De gewenste relatie tussen de elementen van de sketch zal handmatig met behulp van constraints moeten worden aangebracht. ‘Point Alignment' staat in Inventor 2009 standaard uit, en in Inventor 2010 aan. Het bespaart de gebruiker in uitgebreide sketches het moeten aanwrijven van de gewenste referentiepunten, anderzijds levert het soms een flink geknipper van allerhande stippellijntjes op.
Keuze
In de sketchomgeving kan onder de rechtermuisknop de functie ‘Constraint Options' worden geactiveerd. Enerzijds kan hier worden aangegeven welke constraints de gebruiker automatisch toegekend wil hebben, maar minstens zo interessant is de mogelijkheid om onder ‘Scope of Constraint Inference' een selectie te maken van de sketchelementen waaraan gerefereerd mag worden, voor het toekennen van constraints aan nieuw te tekenen elementen. De geselecteerde elementen krijgen een afwijkende kleur om de gebruiker er aan te herinneren dat hij zo'n selectie heeft gemaakt. Opheffen gebeurt door in het ‘Constraint Properties'-dialoogvenster ‘All Geometry' weer aan te vinken. Deze instelling heeft overigens niet alleen invloed op het toekennen van constraints, maar ook het in de eerste paragraaf beschreven ‘Point Alignment', maakt alleen gebruik van de selectieset indien aanwezig.
Maten
Bij het plaatsen van een maat in een sketch staat Inventor tegenwoordig toe als het ware ‘on the fly' gebruikersparameters te definiëren. Om dat te doen moet in het ‘Edit Dimension'-dialoogvenster niet gewoon de numerieke waarde worden ingegeven, voorafgegaan door de naam van de parameter en een is-teken, bijvoorbeeld gatdia=32.
Even twee kleine tips tussendoor: ten eerste kan het dialoogvenster ‘Edit Dimension' tijdens het plaatsen van maten direct worden getoond indien de optie ‘Edit dimension when created' is aangevinkt op het tabblad ‘Sketch' van de ‘Application Options', Ten tweede: indien de gebruiker tijdens het sketchen direct toegang wil hebben tot het dialoogvenster ‘Parameters', kan in de ribbon het betreffende panel uit de ‘Manage'-tab gesleept worden, waardoor hij ook tijdens het gebruik van de ‘Sketch'-tab toepasbaar blijft. Het ‘Panel' kan te allen tijde weer naar de ribbon gesleept worden, en komt dan automatisch weer op de goede plek terecht. Uiteraard geldt deze mogelijkheid voor alle ‘Panels'.
![]() De sketchfunctie ‘Geometry Text' maakt het creëren van features als deze eenvoudig. |
Trim Extend Split
Deze drie functies zijn nauw met elkaar verbonden, en terwijl één ervan actief is, kan met de rechtermuisknop een contextmenu worden geopend, waarin overgeschakeld kan worden naar één van de andere twee. Die omschakeling is niet eenmalig maar blijvend. Het aardige van ‘Trim' en ‘Extend' ten opzichte van dezelfde functies in AutoCAD is, dat direct kon worden begonnen met het aanwijzen van de weg te knippen of te verlengen elementen, want alle overige elementen dienen als begrenzing. Sketches zijn over het algemeen niet zo complex, dus werkt dat prima. In sketches met wat meer elkaar doorsnijdende elementen, zoals bijvoorbeeld voor de ‘Plastic-part-feature Grill' kan het omslachtig zijn. Sinds Inventor 2008 is het bij ‘Trim' en ‘Extend' mogelijk aan te geven, welke elementen als grens moeten worden gebruikt. Na het activeren van de functie eerst de ‘Ctrl'-toets ingedrukt houden en een selectie maken, daarna de toets loslaten en de te bewerken elementen aanwijzen.
Tekst
Onder de ‘Draw'-functie ‘Text' zit in het uitklapmenu nog een methode om tekst aan sketch toe te voegen,namelijk ‘Geometry Text'. Hiermee kan tekst geplaatst worden langs bogen en cirkels, of gewoon langs een lijn. Ellipsen en ‘Splines' kunnen niet worden gebruikt. Het dialoogvenster dat na het selecteren van de geometrie verschijnt, spreekt voor een groot deel voor zichzelf. Kleine eigenaardigheden zitten er wel in. Bij de optie ‘Position' zou je kunnen denken dat daarmee gekozen kan worden om de tekst aan de binnenzijde van een boog of cirkel te plaatsen. De tekst wordt in principe aan de buitenzijde geplaatst, en wordt met ‘Position' gespiegeld. Om de tekst dan weer leesbaar te maken moet onder ‘Direction' dan weer de richting worden omgekeerd. Als alternatief is het eenvoudiger een negatieve waarde op te geven voor de ‘Offset Distance'.
De ‘Start Angle' van nul graden ligt voor bogen gewoon aan het begin van de boog, maar bij cirkels recht tegenover waar je hem zou verwachten, ‘links' dus. Het kan nog wel eens zoeken zijn naar de juiste waarden voor het gewenste resultaat, en met de update-knop kunnen de actuele instellingen op de sketch worden toegepast. Het zal niet al te vaak voorkomen dat de gebruiker met behulp van ‘Geometry' een ander element in de sketch gaat selecteren. De werking van deze knop kan verschillen. Indien een bestaande ‘Geometry Text' wordt gewijzigd, kan deze aan een ander element worden gekoppeld. Tijdens het creëren van nieuwe tekst echter, wordt deze als gereed beschouwd en wordt de mogelijkheid geboden dezelfde tekst met dezelfde instellingen ook aan andere elementen te koppelen, maar tekst en waarden mogen ook aangepast worden; er is geen verband tussen de diverse teksten.
Buiten het bovenstaande is er nog veel meer te vertellen over ‘Sketches'; vergeet niet zelf ook actief te zoeken naar informatie. Nog te bespreken in deze reeks blijft het toepassen van ‘Blocks' in de sketch, en het ontwikkelen van een 3D-samenstelling vanuit een lay-out in een sketch.
Rob Sman rob.sman@cadmag.nl is redacteur Mechanical voor CAD-Magazine. Voor meer informatie over dit onderwerp: www.autodesk.nl/inventor.
De sketchfunctie ‘Geometry Text' maakt het creëren van features als deze eenvoudig.













