Home -> Editors Desk -> Praktische BIM voor architecten

04-02-2010

Het Digitale Huis

Praktische BIM voor architecten

Door de redactie

Bouw Informatie Modellen hebben de toekomst. Maar in het ongebreidelde enthousiasme wordt de realiteit nogal eens uit het oog verloren. Veel ‘BIM-pakketten' beloven ‘integraliteit' en probleemloos multidisciplinair samenwerken, maar in de praktijk geldt dit hooguit op een tamelijk oppervlakkig niveau. Voor het ‘echte werk' zoekt iedereen al snel zijn toevlucht tot de eigen gespecialiseerde software.

Dat de eigen gespecialiseerde software wordt gebruikt zorgt ervoor dat er heel veel informatie buiten het centrale model blijft. In Het Digitale Huis wordt daarom door onder meer De Twee Snoeken en Alfa Development bewust gewerkt vanuit de in de praktijk noodzakelijke diepgang.

De droom
De basisgedachte van BIM is dat er één centraal informatiemodel is, waarin alle informatie over een gebouw wordt vastgelegd. Alle disciplines die bij het ontwerp, de uitvoering en het gebruik van het gebouw zijn betrokken, werken dan binnen dat ene model en alle documenten (tekeningen, begrotingen, bestekken, rapporten, berekeningen, enzovoorts) worden vanuit dat model gegenereerd. Dat betekent dat alle informatie eenduidig op één plaats aanwezig is. Er kunnen dan geen misverstanden ontstaan of verschillende definities van bouwdelen. Dat voorkomt fouten en langs elkaar heen werken.

De realiteit
Er is alleen één probleem: dat complete centrale informatiemodel bestaat nog niet. Ook al beweren sommige ‘specialisten' van wel. Het is nog niemand gelukt om alle informatie van alle disciplines in alle bouwfases in één model op te slaan en daarmee simultaan te werken. Hooguit wordt in een bepaalde fase met een 3D-model - met zeer beperkte inhoudelijke informatie - gewerkt. Dat model wordt uitgewisseld tussen verschillende partijen. In sommige gevallen wordt de informatie van verschillende disciplines dan nog wel door één partij verzameld in één model, maar ten eerste werken de verschillende spelers dan niet direct in dat model en ten tweede blijft dit beperkt tot tamelijk globale informatie.

Natuurlijk is dat niet wat de succesverhalen over BIM-projecten willen doen geloven. Softwarefabrikanten die hun producten als ‘BIM-software' aanprijzen hebben daar geen belang bij en de pioniers uit de praktijk zijn nu eenmaal zo enthousiast en overtuigd van het principe, dat ze bereid zijn om de nadelen en tegenslagen voor lief te nemen. In meer informele contacten buiten de schijnwerpers geven zij overigens wel degelijk aan waar zij tegenaan lopen.

Lessen uit de praktijk
In zijn algemeenheid is het beeld dat zich aandient over BIM in de praktijk als volgt: Het is nog lang niet mogelijk om echt met zijn allen tegelijk in één model te werken. 3D-bouwinformatie modellen worden snel ‘zwaar' en dus langzaam. Hoewel er ‘BIM-pakketten' zijn die over verschillende modules beschikken voor verschillende disciplines, blijkt in de praktijk dat die modules voor het ‘echte werk' tekortschieten, daarvoor valt men dus - zonder uitzondering - al snel terug op specialistische software die buiten de ‘scope' van het BIM werkt. Het maken van goede bouwkundige tekeningen is, zeker als het wat gedetailleerder wordt, vaak een probleem. Hiervoor wordt meestal buiten het model gewerkt met een gewoon tekenpakket. IFC (de internationale uitwisselstandaard voor BIM) is nog veel te beperkt om alle informatie goed en eenduidig over te dragen, maar voor de basisgeometrie van de ruwbouw biedt IFC wel zinvolle uitwisselmogelijkheden. De zogenaamde BIM-servers (software die regelt dat lokale modellen via IFC worden gesynchroniseerd met het centrale model) zijn in de praktijk nog volstrekt onbruikbaar.



Oorzaak van de problemen
Het merendeel van bovengenoemde problemen wordt veroorzaakt door de manier waarop de meeste BIM-software is ontwikkeld. Als reactie op de ‘ouderwetse' 2D-methodiek en het gebruik van ‘losse' software, is men opnieuw begonnen, waarbij men zich heeft geconcentreerd op het 3D-model en de koppeling tussen de verschillende soorten software. Het is echter zowel technisch als praktisch niet eenvoudig om een gebouw volledig - tot in detail - 3D te modelleren. Daarom beperken de mogelijkheden van de meeste ‘modellers' zich tot een abstractieniveau dat ergens tussen VO en DO stopt.

In de praktijk is dat uiteindelijk niet genoeg. Daarom wordt deze tekortkoming ‘gerepareerd' door meer gedetailleerde informatie ‘los' te tekenen. Daarbij is meestal duidelijk te merken dat deze pakketten hier niet voor zijn ontworpen. Vaak kan die informatie overigens nog wel worden ‘gelinkt' aan het model, maar het maakt er niet echt onderdeel van uit. Een op die manier aan het model gekoppeld dakvoet-detail van een hellend dak, zal dan ook niet ‘meebewegen' als in het model de dakhelling wordt gewijzigd. In de praktijk kiezen veel bureaus die met BIM experimenteren dan ook om het echte gedetailleerde werk weer gewoon met traditionele software uit te voeren.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de focus op de nieuwe BIM-functionaliteit - hoe mooi en spectaculair ook - ten koste is gegaan van de focus op de bouwpraktijk en de documenten die daar noodzakelijk zijn. De koppelingen tussen de software voor de verschillende disciplines zijn in sommige oplossingen in de breedte goed vertegenwoordigd, maar de inhoud van het model - en dus ook de onderlinge communicatie - is tamelijk oppervlakkig. In de praktijk is er dan ook niet één discipline die met deze software de eindstreep haalt.

Strategie
In Het Digitale Huis is van meet af aan gekozen voor een andere strategie. Men is niet opnieuw begonnen, maar er is aan bestaande software die zich in de praktijk heeft bewezen een communicatie- en modelleerlaag toegevoegd. Hierdoor is een BIM-methodiek ontstaan zonder concessies aan de praktische bruikbaarheid. In plaats van vanuit een oppervlakkig breedteperspectief naar vakinhoudelijke diepgang te zoeken, vertrekken de ruim zestig ontwikkelaars juist vanuit die diepgang en zoeken van daaruit de breedte op. Hiervoor worden revolutionaire nieuwe technieken en producten ontwikkeld (zoals de Digitale Bouw Bibliotheek), maar altijd vanuit de bestaande bouwkundige basis.

Praktische BIM voor architecten
Deze aanpak heeft inmiddels geleid tot een complete serie software die elk architectenbureau in staat stelt om alle werkzaamheden uit te voeren in een snelle BIM-omgeving, zonder uitstapjes te hoeven maken naar andere software. Met deze software kan de gebruiker modelleren, visualiseren, zeer hoogwaardig 2D-tekenwerk genereren, bestekken maken, uitrekstaten en begrotingen genereren, toetsen aan regelgeving en brandeisen enzovoorts. En alles volledig afgestemd op de Nederlandse bouwpraktijk. Deze software werkt goed samen en maakt gebruik van hetzelfde centrale model. Om dat model snel op te kunnen bouwen, is een centrale bouwdeelbibliotheek ontwikkeld: de ‘Digitale Bouw Bibliotheek'. Alle software gebruikt dezelfde bibliotheek, zodat eenduidige definitie van bouwdelen - tot op detailniveau - gegarandeerd is. Het Digitale Huis zegt op dit moment het enige softwarehuis te zijn dat al deze functionaliteit binnen één model kan leveren.

Hoewel binnen Het Digitale Huis uiterst geavanceerde software wordt gemaakt, staan de makers stevig met twee voeten op de grond. Alle software is daarom ook los te gebruiken en de gebruiker hoeft ook niet te modelleren als hij dat niet wil. De gebruiker kan dus ook gewoon even snel een 2D-tekening maken, of een losse begroting maken.

Koppeling andere disciplines
De software van Het Digitale Huis is ook bruikbaar voor andere disciplines, maar voor specifieke berekeningen en evaluaties zal men - net als bij andere BIM-pakketten - voorlopig echter nog moeten uitwijken naar de gangbare specialistische software. Voor de communicatie met die software is een IFC-koppeling beschikbaar. In de toekomst zal Het Digitale Huis overigens verder worden uitgebreid met dit soort software. Zo wordt geleidelijk de hele BIM-puzzel dichtgelegd.

www.digitalehuis.nl





ProDesk
CADkoop
Stabiplan
CAD&Company