Home -> Editors Desk -> Océ ColorWave voor zwart-wit en kleur

07-04-2009

Océ ColorWave voor zwart-wit en kleur

Onafhankelijk van de repro

Door Job van Haaften

De Océ ColorWave 600, die gebruik maakt van tonerparels, is vanaf mei jl. beschikbaar. CAD-Magazine zocht een gebruiker op: het gerenommeerde architectenbureau Jo Coenen in Maastricht. Het bureau gaat verder dan het ontwerpen van nieuwe gebouwen, ze hebben namelijk ook een stedenbouwkundige visie, waarbij ze andere architecten betrekken in het ontwerpen.


Danny Bovens (links) en Lesley Ruijters: “Nu combineert deze ene Océ-printer onze wensen.”

Jo Coenen is van 2000 tot en met 2004 rijksbouwmeester geweest, dan mag je gerust zeggen dat hij als architect naam gemaakt heeft. Op zijn architectenbureau werken Danny Bovens en Lesley Ruijters als ontwerpers, zij vertellen over het bureau en het gebruik van de Océ-printer. Het bureau heeft naast het hoofdkantoor in Maastricht nog een kantoor in Amsterdam en één in Luxemburg.

Stedenbouwkundige aanpak

Danny Bovens: "Ons bureau tekent van een verbouwing voor een winkelfront tot en met stedenbouw. De hoofdmoot bestaat uit grotere projecten vanuit een stedenbouwkundige visie. Een paar voorbeelden van dergelijke grotere projecten zijn de Openbare Bibliotheek in Amsterdam (OBA), Céramique in Maastricht, Zitterd Revisited in Sittard, het project Smalle Haven met de Vesteda-toren in Eindhoven vlakbij het station, een deel van Leidsche Rijn bij Utrecht en Schalkstad in Haarlem. Ook de openbare inrichting van de Maasboulevard in Maastricht, waar het verkeer nu in een tunnel onderdoor wordt geleid, is door het bureau gedaan. Een project waar op dit moment eveneens aan wordt gewerkt, is het stedenbouwkundig ontwerp van de Floriade 2012 in Venlo."

Céramique, waar het kantoor van Bureau Coenen is gevestigd sinds deze zomer, is een mooi voorbeeld van de aanpak van Jo Coenen. Het was een 23 hectare groot voormalig bedrijventerrein van de aardewerkfabriek Sphinx vlakbij het centrum van Maastricht. Bovens: "Bijna alle oude gebouwen werden gesloopt, maar de Wiebingahal, villa Jaunez en de Bordenhal zijn blijven staan. De Bordenhal is verbouwd tot theater, en het Centre Céramique waar een bibliotheek in is gevestigd, is ernaast gebouwd, evenals het Bonnefantenmuseum en Nederlands Architectuur Instituut. De vraag was om het stedenbouwkundig plan te baseren op de oude structuur, het is dus gebaseerd op de plaatsen waar de fabrieksgebouwen stonden, en de ‘oude' zichtlijnen komen terug in de nieuwe bebouwing. Jo Coenen heeft het plan opgezet voor het hele terrein en heeft voor de invulling samenwerking gezocht met andere bekende architecten. Binnen het geheel zijn een paar projecten door het eigen bureau gedaan." De invulling bestaat verder uit woningen en kantoren, onder meer Rijkswaterstaat en Vodafone hebben er een kantoorgebouw.

Om één tafel

Ruijters: "Het plan voor Céramique bestond uit de vooraf bepaalde structuur, zoals wegen en zichtlijnen, de hoogte en de grootte van de gebouwen.

Vervolgens werden enkele architecten uitgenodigd om de ‘blokken' in te vullen. In totaal zo'n vijfentwintig verschillende bureaus uit onder meer Spanje, Italië, Zwitserland, België en Nederland gingen er aan de slag. De architecten zijn met z'n allen om één tafel gaan zitten om hun eerste ontwerpen met elkaar te bespreken. De één schrikt dan van de combinatie van zijn gebouw met dat van een ander. Door overleg krijg je dan meer eenheid in de ontwerpen."

Bovens vervolgt: "Dat idee om voor één stedenbouwkundig plan met meerdere architecten samen te werken, de dialoog aan te gaan op basis van een plan, vindt nu steeds meer ingang, ook bij de projecten die we doen in Haarlem, Sittard en Leidsche Rijn. De architecten worden uitgenodigd en het plan uitgelegd met enkele richtlijnen. Vervolgens worden de eerste ontwerpen naast elkaar gelegd en onderling afgestemd, collegiaal en met wederzijds respect. Door die vrijheid en het aan elkaar koppelen van de architecten, ontstaan er mooie ontwerpen."

Ruijters vult aan: "Het project Smalle Haven in Eindhoven was kleiner, daar is met acht architecten aan gewerkt." "Vaak maakt Jo Coenen een eerste schets, die wij uitwerken", vertelt Bovens. "Soms ook komen er eerst richtlijnen, zoals de functies die de bebouwing moet hebben en maken wij een eerste schets. Vervolgens ontstaat het uiteindelijke ontwerp met een interactie tussen Jo Coenen en de medewerkers."


De Océ ColorWave 600 maakt gebruik van tonerparels.

's Nachts geen repro

Bovens gaat verder: "Ons bureau doet vaak mee aan prijsvragen, dat betekent dat er een vast moment is waarop het ontwerp moet worden ingeleverd bij de opdrachtgever, om het gelijk met de andere mededingers te kunnen beoordelen. Die prijsvragen staan altijd onder hoge tijdsdruk en vaak betekent dat nachtwerk in de laatste dagen. Als hier dan de laatste hand aan is gelegd, letterlijk midden in de nacht, is er natuurlijk geen repro meer open. Dat was indertijd reden om zelf een grootformaat printer aan te schaffen. Zo kunnen we op het laatste moment de afdrukken maken en meegegeven aan de koerier, onafhankelijk van een repro-bedrijf.

Vanaf 1997 hadden we daarom een HP Designjet 1055 voor de kleurenprints en een Océ 9600 voor zwart-wit, de eerste Océ 9600 die uitgeleverd werd. Die combinatie hebben we dus een jaar of tien gehad. De eerste Océ-printer, een bètamodel, is door Océ teruggenomen en helemaal uit elkaar gehaald om te kijken hoe hij zich had gehouden, om te leren van de ervaringen.

De prijsvragen werden dus altijd op de HP geprint, eerst veelal twee tekeningen op glossy papier van A0-formaat, tegenwoordig willen ze er vaak een stuk of acht tot tien. Er is meer mogelijk en dus willen de opdrachtgevers ook meer. Dat betekende dat de printer heel lang aan het plotten was en per vel duurde het minstens een half uur om te drogen, en de koerier maar wachten. Een ander nadeel van de HP was dat er maar één rol in kon, dus moest er veel worden gesneden. Een glossy print van de inkjet is nat, dus bij het snijden en oprollen moest je er niet met je vingers aankomen om vlekken te voorkomen. Dat leverde midden in de nacht altijd vreemde taferelen op."

Alles gecombineerd

Ruijters: "Nu met de ColorWave en de tonerparels heeft Océ een totaal andere kleurenmachine in huis. Bovendien kunnen we voor presentaties een iets meer glossy materiaal gebruiken, met een matte glans: de Top Colour 160. Dat voldoet aan al onze eisen, want echt glanzend kunnen we niet gebruiken, omdat de tekeningen voor beoordeling vaak worden opgehangen in ruimtes met veel scherp licht, dat zou storend reflecteren.

Nu combineert deze ene Océ-printer onze wensen, hij heeft vier rollen en hij kan zowel zwart-wit als in kleur printen op hoge snelheid. We hebben het gewenste gebruiksgemak en zijn onafhankelijk van een externe repro. De HP staat nu als reserve in de opslag, maar sinds we hier zitten (vanaf einde zomer) is die printer niet meer gebruikt. De ontwikkeling van materialen gaat nog steeds door, binnenkort zijn er nog meer verschillende materialen waarop we kunnen afdrukken.

Meestal gebruiken we gewoon 80 grams papier en voor de presentaties dus de Top Colour 160, met een gelijkmatige satijnglans. Afdrukken op standaard kwaliteit is voor ons al genoeg, de hoogste kwaliteit wordt zelden gebruikt. Met een digitale ‘schuifregelaar' wordt de afdrukkwaliteit per opdracht ingesteld in de Océ Print Assistant (OPA). De machine onthoudt dat zelf en stelt zich weer zo in bij een vergelijkbare opdracht, maar dat is dus altijd te ‘overrulen'. Je kunt allerlei instellingen aanpassen maar dat is eigenlijk nauwelijks nodig. Meestal is het voldoende om de soort papier te kiezen, de machine kiest dan zelf de juiste rol en het formaat.

Met Publisher Express, de bijgeleverde printsoftware, is in de viewer te zien hoe de print eruit gaat komen, inclusief de oriëntatie. Daarmee kan de vouwer de tekening precies vouwen zoals je wilt, met de kop precies waar je hem hebben wilt."

Als wens komt nog naar boven: een timer, zodat de printer 's ochtends klaar staat voor gebruik als het werk start. Die wens is door Océ opgepakt en meegenomen naar de R&D afdeling; er zit al een klok in, dus je zou zeggen ... dat het moet kunnen.

Job van Haaften job.van.haaften@cadmag.nl is hoofdredacteur van CAD-Magazine. Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op: www.oce.nl





CAD&Company
Stabiplan
ProDesk