Home -> Editors Desk -> Masterclass gaat over meer dan CAD alleen
Seminar voor ervaren ontwerpers en managers
Masterclass gaat over meer dan CAD alleen
Door Lambert-Jan Koops
Een nieuw soort seminar, dat was de achterliggende gedachte van de Cadac Masterclass die gehouden werd op 24 september 2008 in het Brabantse Vught. Een evenement dat zich speciaal richt op ervaren CAD-gebruikers en -managers en lezingen biedt voor gevorderden. Een seminar dat handelt over meer dan alleen de vraag welke functie in de CAD-software te vinden is onder welke knop.
Hans M. Hirschi ging vooral in op de manieren om veranderingen door te voeren binnen een organisatie.

De Cadac Masterclass bestond uit een achttal lezingen, waarbij de aanwezigen in de technische middagsessies een Nederlands parallelprogramma voorgelegd kregen. De algemene ochtendsessies werden in het Engels uitgevoerd, aangezien Cadac de sprekers uitgenodigd had uit Zweden, Oostenrijk, Engeland en de VS.
Robert Green, een consultant uit de VS en al twaalf jaar een spreker op Autodesk University, nam de eerste lezing voor zijn rekening en sprak over de vaardigheden die een goede CAD-manager zou moeten hebben. Hij ging daarbij onder andere in op de communicatieproblemen die vaak ontstaan tussen de CAD-gebruikers en het management. Die problemen ontstaan omdat de CAD-manager vaak helemaal geen managementopleiding heeft gehad. Meestal is het iemand die in eerste instantie gewoon een goede en enthousiaste CAD-gebruiker was, en die op basis daarvan is gepromoveerd tot hoofd van de tekenkamer. Deze persoon denkt echter nog wel steeds als een CAD-gebruiker, alhoewel zijn taken sterk veranderd zijn.
Was de CAD-manager naar zijn baas gestapt met wat
Investeren

statistieken, dan had hij de investering probleemloos
rond gekregen. Want de baas is niet geïnteresseerd in
technische details over het maken van een ontwerp,
maar wel in productiviteitsverbetering die zorgt voor
een grotere winstmarge.
Als een CAD-gebruiker een CAD-manager wordt, vraagt dat om een andere manier van communiceren, zo stelde Green. Als voorbeeld gaf hij een CAD-manager die zijn baas vroeg om te investeren in nieuwe software. Toen de baas vroeg waar dat voor nodig was, kreeg hij een technisch antwoord met allerlei details over werkmethodes. Waarna de investering werd afgekeurd. Green stelde dat dit zuiver een communicatieprobleem was. Was de CAD-manager naar zijn baas gestapt met wat statistieken, waarmee hij kon laten zien hoeveel tijd er zou worden bespaard met de nieuwe software, dan had hij de investering probleemloos rond gekregen. Want de baas is niet geïnteresseerd in technische details over het maken van een ontwerp, maar wel in productiviteitsverbetering die zorgt voor een grotere winstmarge.
Communicatie was een belangrijk onderdeel van Green’s verhaal. Niet alleen met het management, maar ook met de collega’s die over moeten stappen op nieuwe software. Verder riep hij de aanwezigen op om niet alleen na te denken over het oplossen van problemen, maar ook over de manier waarop deze problemen te voorkomen zijn. En over de waarde die zij als CAD-Manager toevoegen aan hun bedrijf en de manier waarop ze aan hun management kunnen laten zien welke waarde dat is. Want het draait om communicatie, waarbij de CAD Manager begrijpt hoe een ander redeneert. Zonder dat hij die denkwijze overigens zou moeten overnemen. Green’s afsluitende slogan was immers: “Denk niet als een manager, denk gewoon meer.”
Verandering
De bijdrage die de Zweedse Hans M. Hirschi leverde aan de Masterclass, lag enigszins in het verlengde van de toespraak van Green. Hirschi ging echter vooral in op de manieren om veranderingen door te voeren binnen een organisatie. Want verandering is niet makkelijk, zo wist Hirschi. “Het is niet zo moeilijk om iemand te overtuigen van het feit dat verandering nodig is. Het is echter wel moeilijk om iemand daadwerkelijk de verandering te laten doorvoeren.”
Omdat een opgelegde verandering altijd op weerstand stuit, is het verstandig om collega’s niet te dwingen tot verandering. De gouden tip van Hirschi was even simpel als geniaal: probeer anderen niet te overtuigen dat de door jou voorgestelde verandering nodig is, laat ze zelf ontdekken hoe en wat er moet veranderen voor een efficiënter werkproces. Als ze dat eenmaal hebben gedaan, is de verandering snel doorgevoerd en heeft de verandering ook veel eerder effect. Hirschi: “Een verandering, een aanpassing in het werkproces of de implementatie van nieuwe software, heeft altijd een dip in de productiviteit tot gevolg. De dip is echter veel kleiner als degenen die moeten veranderen begrijpen waarom de verandering plaatsvindt. Wie gemotiveerd is, past zich namelijk sneller aan. Vandaar ook dat ik adviseer om een dergelijke verandering goed door te praten met alle betrokkenen. Dat kost tijd, en dus ook geld, maar dat geeft niet, want een dergelijke investering verdient zichzelf in de veranderingsfase dubbel en dwars terug.”
Waardering
Hirschi gaf ook nog andere tips om werknemers te motiveren, niet alleen voor het geval er een verandering moet worden doorgevoerd, maar ook bij hun algemene werkzaamheden. “Studies hebben uitgewezen dat mensen het meest productief zijn als ze gewaardeerd worden en deze waardering regelmatig wordt uitgesproken. Of het nu ontwerpers, schoonmakers of topmanagers zijn, iedereen werkt het beste als hij het gevoel heeft dat hij een nuttige bijdrage levert binnen een bedrijf. Je kunt iemand wel een auto van de zaak geven of een bonus in het vooruitzicht stellen, maar dat heeft maar een tijdelijk effect. Wie zijn collega’s of werknemers structureel wil motiveren, moet zorgen dat ze het gevoel krijgen dat ze echt iets toevoegen.”
Zeesterren
De derde lezing van de ochtend was in handen van de Britse Steve Stott, Education Program Manager EMEA van Autodesk. Hij sprak over creativiteit binnen de vormgeving en begon met een aantal strikvragen, die het aanwezige publiek meteen aan het denken zetten. Zo liet hij een foto zien van een zeester en vroeg hij het publiek wat ze zagen. Met het antwoord ‘een zeester’ nam hij echter geen genoegen. Dat antwoord was volgens Stott namelijk ingegeven door een overdaad aan aangeleerde informatie. Hij liet de zaal vervolgens naar het plaatje kijken door de ogen van een vijfjarige en nadenken over hoe datgene wat ze zagen, een zeester, er nu eigenlijk uitzag. Stott wees hierbij op de vorm, de kleuren en het oppervlak en kwam na een aantal tussenstappen uit bij een door een student ontworpen bureaulamp, waar de onderdelen van de zeester nog duidelijk in te herkennen waren.
Het ging Stott niet om de zeester, zoals hij duidelijk uitlegde. “Ik wil niet dat hier nu iemand is die denkt dat hij een lamp moet gaan maken, of dat hij een zeester moet nemen als inspiratiebron. Het gaat me om het proces. Ik wil laten zien dat er zo veel om ons heen is dat ons kan helpen bij onze ontwerpwerkzaamheden. Of het nu een zeester is, een vogel of een brug, er is genoeg te zien. Er zijn nog zoveel ontwerpen te maken. Het enige wat je nodig hebt is een hoofd vol met ideeën dat je leeg kunt maken met een pen, een potlood of ontwerpsoftware. Als je maar om je heen kijkt, is er altijd wel inspiratie te vinden.”
Uiteindelijk werden er na de algemene lezingen ook nog parallelsessies gehouden, waarbij Robert Green nog een keer aan het woord kwam en sprak over de ‘Business Skills’ voor CAD-managers. In een andere zaal vertelde de Oostenrijkse Hubert Nowotny over de ervaringen die hij de afgelopen twintig jaar heeft opgedaan met AutoCAD. Tenslotte kwamen ook nog productspecifieke zaken aan bod in sessies over Autodesk Inventor, Revit en Civil 3D. Wat daar besproken werd was echter het minst spectaculair van een interessante dag, die aanleiding gaf aan de aanwezigen om nog eens goed na te denken over de manier waarop ze hun functie als CAD-manager invulling geven.
Lambert-Jan Koops info@lambertjan.nl is voormalig hoofdredacteur van CAD-Magazine. Voor verdere informatie over het onderwerp van dit artikel zie: www.cad-manager.com, www.hirschi.se, www.autodesk.com/edcommunity en www.cadac.com/masterclass.












