Home -> Editors Desk -> Makkelijk en nog makkelijker

25-06-2010

Hergebruik 2D-informatie in Inventor
Makkelijk en nog makkelijker


Door Rob Sman

In deze serie artikelen is het afgelopen jaar de meer dan eens sketchfunctionaliteit aan de orde gekomen. Er zijn beslist veel meer functies het bespreken waard, en het zal ook niet al te lang meer duren voordat Inventor 2011 besproken zal gaan worden. Toch nemen we in deze aflevering nog één keer het sketchen onder de loep; om het af te leren zogezegd.Vooral beginnende gebruikers die recent naar Inventor zijn overgestapt vanuit een 2D-omgeving kunnen hier hun voordeel mee doen.


Dit soort onderdelen staat al snel in 3D op het scherm.

Wanneer ontwerpen al eens uitgetekend zijn in 2D, kan het om allerlei redenen gewenst zijn alsnog over een 3D-model te beschikken. Bijvoor­beeld om een onderdeel te hergebruiken in Inventor, of om fysieke eigenschappen vast te stellen, er een sterkteanalyse op uit te voeren of om het te visualiseren. Bij eenvoudige onderdelen is het vaak niet eens zo heel bezwaarlijk om met de 2D-tekening in de hand, of op het scherm, het onderdeel geheel opnieuw op te bouwen. De benodigde geometrie (lijnen, bogen, en meer) en gegevens (maten) voor het tekenen van de sketches die nodig zijn voor het creëren van de features, kunnen voor het overgrote deel direct in de 2D-tekening worden teruggevonden. Voor het bepalen van de ‘extents’, kan de benodigde informatie in een ander 2D-aanzicht worden gevonden.

Naarmate het onderdeel complexer is, wordt het al gauw veel werk om alle sketches zelf over te tekenen. Dat hoeft gelukkig ook niet. In iedere sketch kunnen namelijk direct objecten uit AutoCAD worden ingevoegd. De functie hiervoor vindt u onder de knop ACAD, in het ‘panel Insert’ op de ‘Sketch’-tab van de ribbon. In het dialoogvenster kan naar het te kiezen bronbestand, dwg of xdf, worden genavigeerd. De keuze wordt bevestigd met ‘open’, en daarna kan het soms wel even duren voordat het volgende dialoogvenster wordt getoond. Hierin is een preview van het resultaat aanwezig. Hier kan gekozen worden of de keuze moet worden gemaakt uit de model-tab, of één van de lay-out-tabs.

Dat resultaat kan worden beïnvloed door in de lijst met de aangetroffen layers te kiezen welke gebruikt moeten worden. Door onder ‘selection’ de keuze ‘all’ uit te zetten kan in het preview-venster de te importeren geometrie geselecteerd worden door aanwijzen of het gebruik van een ‘window’ of ‘crossing’. Duidelijk zal zijn dat we hier willen voorkomen dat allerlei informatie wordt meegenomen die we voor het contour van de te maken feature niet nodig hebben. Arceringen worden automatisch uitgefilterd. Wanneer bemating wordt meegeselecteerd dan wordt die in de sketch als ‘dimensional constraint’ toegepast. Overigens is het natuurlijk ook goed mogelijk in AutoCAD voorbereidend werk te doen door daar de gewenste gegevens te selecteren en bijvoorbeeld met wblock in een aparte dwg opslaan. Deze dwg vervolgens importeren in Inventor, vergt dan geen selectieproces meer. Na de selectie kan óf met ‘Finish’ het importeren worden voltooid, óf nog via ‘Next’ beïnvloed worden.

De standaardkeuze voor de eenheid zal doorgaans wel kloppen, en als het niet klopt, zal dat wel gauw blijken. Het ‘constrainen’ van ‘endpoints’ is noodzakelijk om gesloten contouren te krijgen. Als de optie wordt uitgezet zal het ‘constrainen’ handmatig moeten gebeuren. ‘Apply geometric constraints’ tenslotte zal er toe leiden dat automatisch alle geometrie volledig wordt ‘geconstraind’. Wanneer naderhand geen wijzigingen aan het model moeten worden aangebracht, is het niet noodzakelijk een volledig ‘geconstrainde’ sketch te hebben. Dan zullen doorgaans ook geen maten worden geïmporteerd.


Op het internet zijn veel tutorials te vinden voor ‘2D to 3D Tool’.

Plaatsen
Nadat met ‘Finish’ het venster is gesloten, wordt de geometrie omgezet; dit kan even duren. Vervolgens wordt automatisch gezoomd naar ‘all’. Dat kan nog wel eens voor verrassingen zorgen. Als de objecten niet al te groot zijn en ergens uit de rechterbovenhoek van een A0 komen bijvoorbeeld, of ‘ergens’ uit ‘modelspace’: de objecten worden namelijk op dezelfde coördinaten geplaatst als in de AutoCAD-tekening. Ook dit kan weer reden zijn om dit in AutoCAD te preparen. Wanneer uit de eerste sketch een feature is gecreëerd, kan een nieuw sketch worden begonnen op één van de zijdes daarvan, of één voor dat doel aangebracht ‘workplane’. Nu kan opnieuw geometrie worden geïmporteerd uit een ander aanzicht van hetzelfde onderdeel. Ook nu kan de geometrie weer ver weg liggen, of verdraaid zijn. Het aanzetten van de ‘Coordinate System Indicator’ kan hier helpen vergissingen te voorkomen, maar naderhand draaien, kan natuurlijk ook. Het op de juiste plaats zetten moet uiteraard met ‘Move’. Als de sketch op een ‘workplane’ ligt, ontkom je er meestal niet aan om elementen uit het reeds bestaande volumemodel te projecteren als referentie.
Bij de tweede en volgende features wordt ‘intersect’ wat vaker gebruikt dan gewoonlijk. Voor de ‘extents’ zal heel vaak gerefereerd kunnen worden aan het model. Voor wat betreft gaten kan natuurlijk gewoon een geïmporteerde cirkel met ‘Cut’ geëxtrudeerd worden, maar als het bijvoorbeeld om een getapt gat gaat, kan die beter met een ‘Hole’-feature gemaakt worden op het centrum van de cirkel. Dit levert een wijzigbaar model op en tevens een betere visualisatie.


Proefballon
Het modelleren van een onderdeel met de hierboven beschreven stappen, is redelijk bewerkelijk. Veel onderdelen kunnen bovendien vrijwel geheel door extrusies vanuit twee of drie aanzichten worden opgebouwd. Het is niet al te moeilijk gebleken het modelleerproces voor die gevallen aanzienlijk te stroomlijnen. Die functionaliteit is echter niet standaard in Inventor aanwezig, maar kan er wel aan worden toegevoegd. De Labs-website van Autodesk is een plaats waar nieuwe technologie beschikbaar wordt gesteld, overigens zonder garantie óf en hóe die technologie uiteindelijk in een product verwerkt zal worden. Sommige van die proefballonnen gaan al een tijdje mee, en de ‘2D to 3D Tool’ is er zo een. Al diverse keren geüpdate staat ie er al ruim drie jaar op. De download- en installatie-instructies behoeven hier geen nadere uitleg.
Het gebruik van deze tool onderscheidt zich van de hierboven beschreven methode doordat een ‘hulpkubus’ helpt om de diverse sketches te oriënteren. Deze sketches worden gemaakt door uit een geïmporteerde tekening elementen te selecteren, die dan in de nieuwe sketch gekopieerd worden, er hoeft dus maar één keer geïmporteerd te worden. Na het importeren wordt de sketch afgesloten; de ‘2D to 3D Tool’ vindt u namelijk op de ‘Model’-tab in de ribbon. Met de kubus als hulpfiguur kunnen nu ook eerst alle sketches gepositioneerd worden, voordat er ook maar één feature wordt gemaakt. Dit gaat heel eenvoudig: na eerst aan een vlak een sketch voor de ‘base view’ te hebben toegekend, worden daarna de ‘projected views’ gedefinieerd, die automatisch juist op de vlakken van de kubus worden geplaatst, als tenminste de 2D-tekening netjes is opgebouwd. In de gevallen dat de automatische plaatsing niet perfect is, kan met de ‘Align Sketch’-functie gecorrigeerd worden. Hierna kan begonnen worden met het extruderen. Wanneer uit een sketch meerdere features moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld kamers met verschillende dieptes, dan mag de inmiddels geconsumeerde sketch weer via de browser ‘visible’ worden gemaakt.

Al kan niet ieder onderdeel met deze methode geheel worden gemodelleerd, een goed begin levert het altijd op. Wie zijn oude tekeningen nieuw 3D-leven wil inblazen surft even naar labs.autodesk.com om te downloaden. De ‘User Guide’ staat ook online.

www.autodesk.nl/inventor
labs.autodesk.com





CAD&Company
Stabiplan
ProDesk