Home -> Editors Desk -> Dynamic Blocks opzetten en testen

03-12-2009

AutoCAD 2010 Deel 3
Dynamic Blocks opzetten en testen


Door Jean-Pierre van Gastel

In het vorige artikel zijn de nieuwe parametrische tekenmethodes in AutoCAD 2010 ruimschoots aan bod gekomen. Dit beperkt zich in AutoCAD 2010 echter tot 2D-tekenen. Parametrisch 3D-tekenen, zoals met Inventor, behoort helaas (nog) niet tot de mogelijk­heden. Een stapje verder in AutoCAD 2010 zou het compleet opzetten van een parametrisch ‘Dynamic Block’ zijn, wat ik in dit artikel bespreek.


Afbeelding 1.

Dynamic Blocks gaan inmiddels al een aantal jaren mee in AutoCAD, en worden ruimschoots toegepast in de praktijk door diverse AutoCAD-gebruikers. De ‘Dynamic Block Editor’ in AutoCAD 2010 heeft direct al een nieuwe handige mogelijkheid om een Dynamic Block te kunnen testen. Door middel van de nieuwe knop ‘Test Block’ wordt de Dynamic Block Editor tijdelijk gesloten en wordt het Dynamic Block direct geplaatst in de tekening, zodat de gebruiker alle acties en parameters kan testen. Met de nieuwe knop ‘Close Test Block Window’ rechts in de ribbon, keert de gebruiker automatisch weer terug in de Dynamic Block Editor. Dit scheelt toch weer een heleboel handelingen, waardoor het opzetten van een Dynamic Block al direct een stuk sneller en daardoor praktischer wordt.


Afbeelding 2.

Met betrekking tot de verschillende parameters en bijbehorende acties is er niet heel veel veranderd. De enige wijziging hierin is dat acties visueel beter worden weergegeven door exact hetzelfde icoontje te plaatsen, zoals deze ook in de ‘Palettes’ zijn terug te vinden waar deze gegroepeerd weergegeven worden, zie afbeelding 1. Voorheen gaf AutoCAD alleen een bliksemachtig symbool weer met daaronder de tekst van de desbetreffende actie, en stonden deze kriskras door elkaar in de Dynamic Block Editor. De nieuwe weergave van alle acties in de zogenaamde ‘Action Bar’ krijgt hierdoor dezelfde ‘look and feel’ als de ‘Constraint Bars’. Voor de liefhebbers die niet van deze nieuwe weergave houden, is er altijd nog de bactionbarmode systeemvariabele waarmee het oude gedrag is te activeren. Niet handig overigens, aangezien de gebruiker vanuit de Action Bar ook dynamisch kan zien welke actie bij welke parameter behoort, op basis van het oplichten van de bijbehorende elementen.


Afbeelding 3.

Belangrijke voorwaarden
De grote vraag van de Dynamic Blocks is natuurlijk hoe om te gaan met de nieuwe parametrische tekenmogelijkheden in AutoCAD 2010. Uiteraard wordt dit volledig ondersteund, maar er zijn wel enkele belangrijke voorwaarden. De meest belangrijke is om absoluut geen parameters en acties te combineren met ‘Geometric’ en ‘Dimensional Con­straints’. Doe dit absoluut niet, om grote problemen in een Dynamic Block te voorkomen. Ook belangrijk is dat geometrie getekend in de ‘Modelspace’, met daarbij aangebrachte Geometric en Dimensional Constraints, niet allebei over komen als de gebruiker hier een Block van maakt en dit vervolgens opent in de Dynamic Block Editor. Alleen Geometric Constraints zullen meegaan de Dimensional Constraints blijven achter in Modelspace.
Nu is dit wel heel snel op te lossen door gebruik te maken van het commando ‘Convert’ uit de ribbon. Normaal wordt deze tool gebruikt om gewone maatvoering om te zetten naar parametrische maatvoering, maar blijkbaar werkt deze ook prima om maatvoering vanuit Modelspace om te zetten naar parametrische maatvoering in de Dynamic Block Editor. Indien dit goed gelukt is, wordt dat direct zichtbaar, aangezien de kleur van de bemating direct blauw wordt weergegeven, zie afbeelding 2.
Alternatief is natuurlijk direct starten in de Dynamic Block Editor en daar alles netjes opbouwen, wat ik adviseer. Het ‘Convert’-commando werkt overigens alleen maar als de maatvoering al parametrisch is aangebracht in Modelspace. De mogelijkheden tot maatvoeren zijn in de Dynamic Block Editor exact hetzelfde als in Modelspace. Uiteraard wordt er wel een extra vraag gesteld, namelijk hoeveel grips de gebruiker bij een bemating wil hebben.
Een extra mogelijkheid, die het enorm interessant maakt, is het werken met hulpgeometrie ofwel constructiegeometrie. Dit kan bijvoorbeeld een lijn zijn, waarop een aantal cirkels wordt ‘geconstraind’. Deze lijn kan vervolgens met behulp van parametrische maatvoering worden vastgelegd. De lijn wordt met het icoontje ‘Construction’ vanuit de ribbon omgezet naar een constructielijn. Deze wordt gestippeld weergegeven in de Dynamic Block Editor en zal niet getoond worden in het Block zelf en wordt dus ook niet geprint, zie afbeelding 3.


Afbeelding 4.

Onzichtbare maatvoering
Maatvoeringen die de gebruiker aanbrengt op een Dynamic Block worden overigens Constraint parameters genoemd. Deze gedragen zich hetzelfde als Dimensional Constraints. Als een Block niet compleet Constraint is, met andere woorden er ontbreken nog tal van maten, krijgt de gebruiker bij het sluiten van de Dynamic Block Editor een melding dat het Dynamic Block nog niet compleet is.
Wat ik persoonlijk ook jammer vind, is dat de aangebrachte parametrische maatvoering in een Dynamic Block niet zichtbaar wordt in de tekening. Dit is toch wel een groot gemis. Daar tegenover staat dan weer wel dat de gebruiker heel snel verschillende varianten kan aanmaken. Door het toevoegen van de nieuwe Block-tabel in de tekening kan de gebruiker alle mogelijke varianten in de tabel kwijt. Bijvoorbeeld de parameterlengte heeft diverse waarden. Na het plaatsen van de Block-tabel, kan de gebruiker zelf kiezen welke parameters hij over wil halen uit het Dynamic Block. Een eigen parameter aanmaken, met bijvoorbeeld het bijhorende artikelnummer, zou bijvoorbeeld stap twee zijn. Het vullen van de tabel met diverse waarden kan overigens handmatig, maar ook een ‘copy and paste’ vanuit Microsoft Excel behoort tot de mogelijkheden.
Kolommen kunnen naar eigen wensen worden gerangschikt en deze volgorde is van groot belang. De eerste kolomnaam is namelijk bepalend voor de rest van de parameters, zie afbeelding 4. Daarnaast kan de gebruiker er nog voor kiezen of er afgeweken mag worden van de vooraf ingestelde parameters. Door middel van een klein vinkje in de tabel is dit in te stellen. Om er zeker van te zijn of de tabel geen fouten bevat, kan deze direct gecontroleerd worden. De parameters in de diverse kolommen worden dan vergeleken met de actuele maatvoering in het Dynamic Block. Na het plaatsen van het Dynamic Block, komt er een extra parameter beschikbaar die vervolgens de informatie in de eerste kolom in de tabel laat zien. Daarom is deze eerste kolom van groot belang. Gebaseerd op bijvoorbeeld het artikelnummer wordt de variant gegenereerd.


Afbeelding 5.

Diverse kleuren
Een laatste nieuwe mogelijkheid, die overigens alleen maar in de Dynamic Block Editor is terug te vinden, is een controlemiddel om te zien of een Dynamic Block goed is ‘geconstraind’ of dat er nog informatie ontbreekt. Door middel van diverse kleuren wordt dit weergegeven in de tekening. Standaard wordt de kleur magenta gebruikt als het Dynamic Block volledig goed is vastgelegd. De kleur wit als er nog informatie ontbreekt, blauw als het gedeeltelijk goed is en de kleur rood als er echt fouten inzitten. In de nieuwe Block Editor Settings zijn deze instellingen terug te vinden. Hier ziet de gebruiker dan overigens ook de instellingen met betrekking tot de gebruikte kleuren van de parametrische maatvoering, zie afbeelding 5.

In het volgende artikel zal ik verder ingaan op de nieuwe mogelijkheden met betrekking tot maatvoering, tekst, arcering en ‘Multileaders’.

Jean-Pierre van Gastel jean-pierre.van.gastel@pollux.nl is
freelance redacteur voor CAD-Magazine. Voor dit onderwerp zie ook:
www.autodesk.nl.





CAD&Company
Stabiplan
ProDesk