Home -> Editors Desk -> Dit is geen pijp

25-03-2009

BIM is zelf bouwen
Dit is geen pijp


Door John Tobin


‘Dit is geen pijp.’

Generaties lang hebben architecten tekenen gezien als de beste manier om ontwerpideeën te begrijpen en te communiceren. Building Information Modelling genereert een nieuwe bewustwording. Meer dan slechts een gereedschap en nieuwe manier van weergeven, is BIM een systeem op zichzelf.

Op een beroemd schilderij uit 1929, ‘The Treachery of Images’ (de verraderlijkheid van plaatjes), schilderde Renee Margritte een pijp, met daaronder de tekst “Dit is geen pijp.”. Dat lijkt verwarrend, maar zoals hij later uitlegde: “Kun je die pijp stoppen? Nee, het is maar een weergave.” Margritte’s schilderij werd daarmee een bekend commentaar op de beperkingen in weergave van belangrijke aspecten van objecten. Het schilderij geeft de pijp goed weer, maar mist een aantal cruciale aspecten van het ‘pijp-zijn’.
Er is een duidelijke overeenkomst van dit verhaal met de wereld van architectuur. Gebouwen kunnen zeer gecompliceerd zijn, en zo groot, dat de meest betrouwbare manier om ontwerpideeën over te brengen is om met getekende doorsneden een grotere samenstelling te beschrijven. Met als resultaat dat traditioneel het werk van een architect is om iets op papier te zetten dat een andere en meer fysieke realiteit heeft of moet gaan krijgen.
Als beroepsgroep hebben we standaarden gecreëerd en werkstromen om de tekeningen en specificaties met standaard grafische middelen te produceren, die redelijk een 3D-ontwerp representeren. We begrijpen echter dat er beperkingen zijn aan deze 2D-tekenmethode, met een veelvoud aan 2D-gezichtspunten op een groot aantal losse vellen.
Om het potentieel aan verwarring en tegenstrijdigheden te minimaliseren, gebruiken velen van ons standaard teksten die feitelijk zeggen: ‘Dit is geen gebouw’. Met zinsneden als ‘tekeningen niet verschalen’, ‘bij tegenstrijdigheden, neem contact op met de architect’ geven we de beperkingen aan van de papieren representatie. Daarmee tonen we aan dat we weten dat dit de beste conventionele methode is om een gebouw weer te geven.


Een veelvoud aan 2D-gezichtspunten op een groot aantal losse vellen.


‘Proto-gebouwen’
Building Information Modelling (BIM), dat staat ter discussie, biedt een totaal andere methode, één die ons toestaat de papieren weergave te verlaten en een virtueel bouwproces in te gaan. Hoewel veel ontwerpers BIM nog steeds gebruiken om papieren tekeningen te produceren, maar dat is waarschijnlijk een overgangsfase. We moeten leren verder te kijken dan BIM als nieuw gereedschap voor weergave van een bouwproject, in plaats daarvan moeten de modellen gezien worden als een ‘proto-gebouwen’.
Het Griekse ‘proto’, zoals gebruikt in ‘prototype’, suggereert iets dat een ‘eerste’ versie is van een voorwerp dat later wordt gekopieerd. BIM-modellen vallen daar duidelijk ook onder, als eerste versie van een gebouw. Het proces van creëren van deze proto-gebouwen zouden we ‘proto-bouwkunde’ kunnen noemen, maar het wordt ook al virtuele constructie genoemd.
Na twee decennia van continue vooruitgang in 3D objectgeoriënteerde technologie, hebben architecten nu de gelegenheid om informatiemodellen te bouwen met dezelfde precisie als waarmee het object zelf wordt gebouwd. Als de architect voldoende gemotiveerd is, ontwerpt hij niet alleen om zijn model aan anderen te tonen wat de bedoelde uitkomst is van het ontwerpproces. Meer dan dat, kan hij ‘proto-bouwen’, dat wil zeggen een eerste versie bouwen van het object. Door dat te doen krijgen we een voordeel zonder weerga in de geschiedenis, de gelegenheid om twee keer te bouwen.



Een methode die ons toestaat de papieren weergave te verlaten en een virtueel bouwproces in te gaan.

Generaties van BIM-activiteit
Om te begrijpen hoe deze gelegenheid vorm krijgt, zou het helpen om te kijken naar BIM nu en naar toekomstige ontwikkelingen. Voor de helderheid van dit relaas zal ik BIM splitsen in drie generaties of fases, die ik BIM 1.0, 2.0 en 3.0 zal noemen.

BIM 1.0 – CAD op steroïden
In het BIM 1.0-tijdperk, rukte de modelgebaseerde software op tegen een achtergrond van 2D CAD werkstromen. Het belangrijkste voordeel bestond uit beter gecoördineerde en snellere productie van tekeningen. Het doel was om objecten te modelleren met zo min mogelijk tekenwerk door een model te maken waaruit 2D-tekeningen kunnen worden gegenereerd.
In de jaren van ontwikkeling, werden de CAD-programma’s steeds uitgebreider en geraffineerder, met een betere coördinatie en data gekoppeld aan de objecten. Deze tools zorgden ervoor dat er tegelijk met het ontwerpen materiaallijsten, schema’s en 3D-representaties waren van onderdelen. Waarmee veel tel- en rekenwerk werd weggenomen. In vergelijking met de eerste tekensoftware, CAD op steroïden. De term BIM werd geboren. Belangrijk aspect van het BIM 1.0 tijdperk is dat het nog steeds geheel in handen was van de architect en bouwkundige, de ontwerpers. Zij bepaalden in hoeverre de technieken werden geïmplementeerd.

BIM 2.0 De grote knal achterwaarts

De tweede fase van BIM, het 2.0-tijdperk wordt gekenmerkt doordat meer mensen en partijen worden betrokken bij het 3D-model. Deze fase is te benoemen als ‘de grote knal met terugwerkende kracht’, omdat de zich verwijderende melkwegen van ontwerpers en bouwers, die zich suizend van elkaar af bewogen, terug naar elkaar werden gedreven. Twee groepen die uit elkaar gegroeid waren, vonden elkaar terug door het potentieel van deze nieuwe technologie.
In tegenstelling tot BIM 1.0, wordt de situatie in 2.0 veel gecompliceerder voor architecten omdat diverse groepen verschillende mogelijkheden zien, en verschillende prestaties verlangen van hetzelfde object. Wat architecten gebruiken als productiegereedschap voor documentatie, wordt nu ook een materialenlijst en logistiek gereedschap voor aannemers, zowel als een beheersgereedschap voor de eigenaren en gebruikers van het gebouw.
In het BIM 2.0 tijdperk worden door aannemers nieuwe populaire termen geïntroduceerd zoals 4D- (tijd) en 5D- (geld) modellen, die aannemers kunnen benutten voor fasering en kwantiteitberekeningen. Niet te vergeten zijn er consultants die in het BIM-model de mogelijkheid ontdekken voor energie- en milieu-analyses. BIM 2.0 dat nu aan de gang is, haalt de architecten uit hun comfortabele wereld, ze moeten leren omgaan met de ontelbare, nieuwe mogelijkheden. ‘Interoperability’, de term die gebruikt wordt voor uitwisselbaarheid van gegevens tussen partijen, voert de boventoon.


Een tijdperk dat wordt gekenmerkt doordat meer mensen en partijen worden betrokken bij en invloed hebben op het model.

BIM 3.0 Post-Interoperability
Hoewel dat uitwisselen nu in BIM 2.0 voor gewenningsproblemen zorgt, moeten we kijken naar de derde fase, wat die ons gaat brengen. Er zijn diverse initiatieven zoals van het IFC en BuildingSmart, om de uitwisseling van informatie tussen disciplines te bevorderen. In BIM 3.0 en verder, zullen de verschillende partijen een model creëren, niet als representatie en als tussenoplossing maar als een generale repetitie voor de constructie, werkend aan het model als aan de bouw zelf.
De BIM 3.0 zandbak zal een soort database zijn, waar BIM-modellen, nu proto-gebouwen, geconstrueerd worden en dat gebruikt wordt in een internet-omgeving, en overal toegankelijk is. Alle deelnemers, gebruikers van de zandbak, waaronder aannemers, leveranciers en eigenaar, zullen begrijpen hoe ze collectief bij kunnen dragen via hun eigen modules, specifiek voor hun discipline. Aan het model dat de architect geïnitieerd en gemaakt heeft wordt toegevoegd tijdens de ontwerpfase en later. Het is een continuüm van activiteiten.
Dat mag en wat idealistisch scenario lijken, maar het is niet de bedoeling om huidige problemen te negeren, maar om verder te kijken dan die problemen zodat we nu stappen vooruit kunnen maken naar een beter BIM-proces. De uitdaging om gegevens uit te wisselen zullen we dan overwonnen hebben, architecten moeten voorbereid zijn op hun nieuwe rol als dat zover is.
Innovaties in software en technologie zullen ons voorzien in de puzzelstukjes die nodig zijn om BIM 3.0 te laten gebeuren; grotere WAN-snelheden, robuustere software zullen het model maken tot een netwerk voor alle ontwerpdata. Maar attitudes vormen ook een belangrijke ingrediënt, waar technologie geen invloed op heeft. De belangrijkste winst van BIM 3.0 is de multidisciplinaire manier om naar gebouwen te kijken als een gezamenlijk project, vooral tussen architect en aannemer. Ook belangrijk is de gevestigde overtuiging dat architecten een proces initiëren dat doorgaat tijdens de hele bouw.

De architect bouwt
Zoals hierboven staat zal de ontwikkeling van BIM 1.0 naar 3.0  en verschuiving inhouden van weergave naar proto-gebouw. In het BIM 3.0 tijdperk zijn tekeningen geen belangrijk onderdeel meer van het bouwproces. Wat wel belangrijk is hoe goed het model gemaakt is om vorm te geven aan het bouwproces en dat mogelijk te maken. Het bouwen van een BIM-model gaat steeds meer lijken op het bouwproces zelf.

John Tobin jtobin@eypae.com is architect bij EYP Architecture & Engineering PC.





CAD&Company
Stabiplan
ProDesk